Hoofdstuk 3 Functies
1 2 3 4 5 6 7 8 9
R
R
G
03/13
R
NO
H
R
WIDTH
L
R
I
M
NORMAL
R
J
AUTO
0.4
Length
Margin
3 Draai r (OF druk op m of g) tot de
gewenste instelling verschijnt.
LET OP
☞
Als "*****"verschijnt als de instelling, wilt dit
zeggen dat de functie Breedte reeds is toegepast
op een regel in het huidige tekstblok (als
Blokopmaak of Algemene opmaak wordt
ingesteld) of op een blok in de huidige tekst (als
Algemene opmaak wordt ingesteld). Als de
instelling wordt gewijzigd, wordt de eerder
toegepaste instelling geannuleerd.
☞
Als u de functie weer wilt instellen op de
standaardinstelling (NORMAL), drukt u op de
spatiebalk.
☞
Als u naar de tekst wilt teruggaan zonder de
opmaak te wijzigen, drukt u op e (OF houdt
u d ingedrukt en drukt u op 1 (1), 2
(2) of 3 (3) ).
4 Druk op r (OF druk op n) om de
instelling toe te passen.
LET OP
Als u r gebruikt om de instelling te selecteren, kan
er slechts één functie tegelijk worden ingesteld. Als
u meerdere opmaakinstellingen tegelijk wilt
toepassen, drukt u op j of k om de functie te
selecteren, en drukt u vervolgens op m of g om
de gewenste instelling te kiezen. Druk pas op n
nadat alle benodigde functies zijn ingesteld.
30
K Q Q Q Q Q
A
B C D E F
Q Q Q Q
Q Q Q Q
Q Q Q Q
Q Q Q Q
Q Q Q
HELSINKI
A
AUTO
Font
Width
Size
Functie Stijl1 (STYLE1)
Met de functie Stijl1hebt u 5 soorten opmaak ter
beschikking, waarmee u uw labels aan uw eigen
smaak kunt aanpassen. Zie pagina 78 voor
voorbeelden van de beschikbare tekenstijlen.
Als er een andere opmaak dan NORMAL is
geselecteerd, geven de opmaakindicators boven
in het scherm aan welke opmaak is gebruikt
voor de tekst op de cursorpositie.
1 2
3 4 5 6 7
8 9
R
R
G
<<< P-touch >>>
R
N O
H
R
L M
R
I
1:_
R
J
AUTO
0.4
Length
Margin
De soorten tekenopmaak die beschikbaar zijn
met de functie Stijl1 kunnen worden
gecombineerd met de soorten tekenopmaak die
beschikbaar zijn met de functie Stijl2. (Zie
Functie Stijl2 (STYLE2) op pagina 31.)
De instelling van de tekenopmaak wijzigen
met de functie Stijl1:
1 Selecteer GLOBAL FORMAT, BLOCK
FORMAT of LINE FORMAT (OF houd d
en druk op 1 (1), 2 (2) of 3 (3) )
zoals beschreven op pagina 26 tot 27.
LET OP
Deze stap kan worden overgeslagen als
tegelijkertijd de instellingen van meerdere
opmaakfuncties worden toegepast.
2 Draai r totdat STYLE1 verschijnt, en druk
vervolgens op r (OF druk op j of k
totdat STYLE1 verschijnt). De instelling van de
tekst op de cursorpositie wordt links in het
scherm getoond, en aan de rechterkant wordt
een voorbeeld van de instelling getoond.
1 2 3 4 5 6 7 8 9
R
R
G
04/13
R
H
NO
R
STYLE1
L M
R
I
NORMAL
R
J
AUTO
0.4
Length
Margin
3 Draai r (OF druk op m of g) tot de
gewenste instelling verschijnt.
K Q Q Q Q Q
A
B C D E F
Q Q Q Q
Q Q Q
Q Q Q Q
Q Q Q Q
Q Q Q Q
HELSINKI
A
AUTO
Font
Width
Size
K Q Q Q Q Q
A
B C D E F
Q Q Q Q
Q Q Q Q
Q Q Q Q
Q Q Q Q
Q Q Q
HELSINKI
A
AUTO
Font
Width
Size