Aardingsaansluitingen bevinden zich aan de stutten van de voetplaten van de
staanderbehuizing. Aan de gemarkeerde aansluitposities voor de aardgeleider bevinden zich
zeskantbouten. U kunt de aardgeleider op de volgende manieren aansluiten:
● Met meeraderige kabels met kabelschoenen
● Met platte kabels met bijbehorende uitgevoerde kabeleinde
Aardingsleider aansluiten
● Controleer of het aansluitvlak contactloos en met een geschikt middel tegen corrosie is
● Plaats de veerring en het onderlegplaatje onder de schroefkop.
● Controleer of de maximaal toegestane klemdikte van 10 mm voor de kabelschoen of de
● Bevestig de klemschroeven volgens onderstaande tabel.
● In de aansluitkast dienen de gekenmerkte aansluitklemmen voor de aardgeleider te worden
6.3.5
Draairichting
Als de machine een aseinde of twee aseinden met verschillende diameter heeft, dan is de
draairichting met zicht op de kopse kant van de enige of van het dikste aseinde als volgt
gedefinieerd:
● Sluit de netkabels aan in de fasevolgorde L1, L2, L3 op U, V, W om het draaiveld met de
● Verwissel twee aansluitingen, bijv. door L1, L2, L3 op W, V, U aan te sluiten, om het
● Bij machines die slechts in één draairichting mogen roteren, zijn op het typeplaatje een
LET OP
Verkeerde draairichting
Als de machine anders dan besteld resp. in de verkeerde draairichting wordt gebruikt, dan
wordt ze niet voldoende gekoeld. Dit kan tot machineschade tot gevolg hebben.
Let op de gegevens betreffende de draairichting op het vermogensschild.
SIMOTICS TN Series N-compact 1LH8
Bedieningshandleiding 06/2017
beschermd, bijv. met zuurvrije vaseline;
platte kabel niet wordt overschreden.
Bout
M10 x 30
gebruikt.
wijzers van de klok mee te laten draaien.
draaiveld tegen de wijzers van de klok in te laten draaien.
draairichtingspijl en de klemmarkeringen voor de juiste fasevolgorde aangebracht.
Indringingsdiepte
20 mm
Elektrische aansluiting
6.3 Voorbereiding
Aanhaalmoment
52 Nm
67