11.3.4 Mechanische remregeling
De vier remgerelateerde menu's [33C] tot en met [33F]
kunnen worden gebruikt voor de regeling van mechanische
remmen, bijv. voor de aansturing van eenvoudige
hijsfuncties. Bij het hijsen van een lading houdt meestal een
mechanische rem de lading vast als de FO niet actief is. Om
te voorkomen dat de lading omlaag valt, moet er een
houdkoppel geactiveerd worden voordat de mechanische
rem wordt losgelaten. Aan de andere kant moet bij het
stoppen van de hijsbeweging de rem worden geactiveerd
voordat het houdkoppel wegvalt.
Ondersteuning voor een Rem Gelicht signaal is opgenomen
via een digitale ingang. Deze wordt bewaakt met behulp van
een remfout-tijdparameter. Ook zijn extra uitgangs- en trip/
waarschuwingssignalen opgenomen. Het
terugmeldingsignaal van de rem is of verbonden met de
remcontactgever, of met een magnetische schakelaar op de
rem.
Het Rem Gelicht signaal kan ook gebruikt worden om de
veiligheid te verbeteren door te voorkomen dat de lading
valt, voor het geval de rem niet inschakelt bij stoppen.
Rem niet vrijgegeven – Remfouttrip
Tijdens starten en draaien wordt het Rem Gelicht signaal
vergeleken met het actuele Rem besturingsignaal en als er
geen bevestiging is, d.w.z. de rem niet wordt vrijgegeven,
terwijl het remvermogen hoog is voor de Remfouttijd
[33H], wordt een Rem fout gegenereerd.
Rem niet ingeschakeld –
Remwaarschuwing en voortdurende
werking (koppel vatshouden)
Het Rem Gelicht signaal wordt vergeleken met het actuele
Rem besturingsignaal bij stoppen. Als de bevestiging nog
actief is, d.w.z. de rem is niet ingeschakeld, terwijl het
remvermogen laag is voor de Reminschakeltijd [33E] wordt
Remwaarschuwing gegeven en wordt het koppel
vastgehouden, d.w.z. dat de normale reminschakelmodus
wordt verlengd tot de rem sluit of de operator een
noodmaatregel moet nemen, zoals de lading neerzetten.
Emotron AB 01-4429-03r2
Remlostijd [33C]
Met de remlostijd wordt de tijd ingesteld voor de vertraging
die de FO moet aanhouden voordat deze het
referentiewaarde op gaat voeren naar het gekozen
eindtoerental. Gedurende deze tijd kan een vooraf ingesteld
toerental worden gegenereerd om de lading vast te houden,
waarna uiteindelijk de mechanische rem loslaat. Deze
snelheid kan worden gekozen bij Rem los rpm, [33D].
Direct na afloop van de remlostijd wordt de vlag voor de
mechanische rem gevormd. De gebruiker kan deze vlag
toewijzen aan een digita(a)l(e) uitgang of relais. Deze/dit
uitgang of relais kan de mechanische rem regelen.
33C Rem los
A
Stp
Standaard:
0.00 s
Instelbereik:
0.00–3.00 s
Communicatie-informatie
Modbus-instancenr./DeviceNet-nr.:
Profibus-positie/index
Veldbusformaat
Modbus-formaat
Fig. 71 laat het verband zien tussen de vier remfuncties.
• Remlostijd [33C]
• Remlostoerental [33D]
• Reminschakeltijd [33E]
• Remvasthoudtijd [33F]
De juiste tijdsinstelling is afhankelijk van de maximale
belasting en de eigenschappen van de mechanische rem.
Tijdens de remlostijd kan extra houdkoppel worden
toegepast door het instellen van een remlostoerental-
referentie met de functie remlostoerental [33D].
0.00s
43112
169/16
Lang, 1=0.01 S
EInt
Functiebeschrijving
93