Aan de hand van een nieuwe meting kan, na verplaatsing van de hulpaardelek-
trode of probe, de betrouwbaarheid van de resultaten worden gecontroleerd.
Als de waarde onveranderd blijft, is de afstand voldoende. Als de meetwaarde
afwijkt, moet de probe of hulpaardelektrode worden verplaatst tot meetwaarde
R
constant blijft.
E
De draden van de pennen mogen zich niet te dicht bij elkaar bevinden.
3-polige meting met langere aansluitsnoeren voor de aardelektrode
Gebruik een van de als accessoire verkrijgbare kabelhaspels als aansluitsnoer
voor de aardelektrode. Rol de kabel volledig af en compenseer de leidingweer-
stand zoals beschreven in het onderdeel "Compensatie van de weerstand van
het op de aardelektrode aangesloten snoer".
Meting van gemiddelde waarde:
Als na een testsequentie de waarschuwing "meetwaarde instabiel" (raadpleeg
de onderdelen "Meetprocedures", "Omschrijving van displayschermen") op
het display verschijnt, is er waarschijnlijk sprake van sterk storende signalen
(bijv. instabiele ruisspanning). Om desondanks betrouwbare waarden te verkri-
jgen, bestaat de mogelijkheid een meting uit te voeren gedurende een langere
periode en hier de gemiddelde waarde van te nemen.
1. Selecteer een vaste frequentie (raadpleeg het onderdeel "Regelkring"
in "Bediening").
2. Houd de knop "START TEST" ingedrukt tot de waarschuwing
"meetwaarde instabiel" verdwijnt. De maximale te middelen periode
is ca. 1 min.
Beoordeling van meetwaarde:
Afbeelding 10 toont de maximaal toegestane waarde van de aardingsweerstand,
die, rekening houdend met de maximale bedrijfsfout, een toegestane gren-
swaarde niet zal overschrijden.
10
0
5
Afbeelding 10. Aardingsweerstand - maximaal toegestane waarde
20
50
50
20
10
Streefwaarden
200
100
500
200
100
500
Meetwaarden
Earth/Ground Tester
Meetprocedure
3000 3152
1000
1000 2000 2999
gpi013.eps
35