1625
Gebruiksaanwijzing
Meetkring
Deze kring kan worden geactiveerd door op de knop "START TEST" te druk-
ken. Na het loslaten van de knop "START TEST" wordt de laatste meetwaarde
op het display weergegeven. Door vervolgens nog een keer/meerdere keren op
de knop "DISPLAY MENU" te drukken, kunnen aanvullende waarden worden
opgeroepen. Als een meetwaarde de vooraf ingestelde grenswaarde over- of
onderschrijdt, kan ook de grenswaarde worden weergegeven (met "DISPLAY
MENU"). In dat geval wordt de meetwaarde weergegeven met een knipperend
"LIMIT"-pictogram en de grenswaarde met een continu zichtbaar "LIMIT"-
pictogram.
Binnen de meetkring kunnen de parameters niet worden gewijzigd.
Verdere opties van de knopbediening:
Annuleren van waarschuwingssignaal (}) met de knop "DISPLAY MENU"
(met wisseling van weergave) of met de knop "CHANGE ITEM" of
"SELECT" (zonder wisseling van weergave).
Meetsnoeraansluiting controleren (toewijzing van aansluit-
ingen)
Op basis van de geselecteerde meting voert het instrument een automatische
controle uit om te verifiëren of de juiste ingangsbussen worden gebruikt.
De pictogrammen EFGH en B zijn aan een specifieke bus toege-
wezen, zie afbeelding 4.
De juistheid van de aansluitingen kan worden afgeleid van de wijze waarop de
pictogrammen worden weergegeven, en wel als volgt:
•
Bus verkeerd aangesloten (of per ongeluk niet aangesloten): het des-
betreffende pictogram knippert.
•
Bus juist aangesloten: het desbetreffende pictogram is continu actief.
•
Bus met geen aansluiting: het desbetreffende pictogram is blanco.
30