Maaihoogte instellen
De maaihoogte is instelbaar van 38 tot 114 mm in
stappen van 13 mm door middel van het toevoegen of
verwijderen van een gelijk aantal afstandsstukken van
de zwenkwielvork aan de voor- en achterzijde. In het
maaihoogteschema hieronder vindt u de combinaties
van afstandsstukken die u moet gebruiken voor alle
maaihoogte-instellingen.
Maaihoogte-
instelling (in mm)
1–1/2
2
2–1/2
3
3–1/2
4
4–1/2
Start de motor en breng het maaidek omhoog zodat
de maaihoogte kan worden gewijzigd. Stop de motor
nadat het maaidek omhoog is gebracht.
De maaihoogte van 25 mm kan worden ingesteld door
de zwenkwielvorken als volgt aan te passen:
1. Verwijder de zwenkwielvorken van het maaidek en
verwijder de wielen van de vorken.
2. Boor de openingen met een diameter van 11,13 mm
(Figuur 11 en Figuur 12) aan elke kant van de
zwenkwielvorken uit tot een diameter van 12,7 mm
of 13,1 mm.
3. Monteer met behulp van de nieuwe openingen de
zwenkwielen op de vorken en monteer de vorken
op het maaidek.
Opmerking: De maaihoogtesticker wijkt nu
13 mm af (voor het plaatsen van de vulstukken) en
de maaihoogte kan worden ingesteld tussen 25 en
102 mm.
Voorste zwenkwielen
1. Verwijder het klemkapje van de spilas en schuif de
as uit de voorste zwenkwielarm. Verwijder de ring
van de spilas. Schuif de afstandsstukken op de spilas
om de gewenste maaihoogte te bereiken en schuif
daarna de ring op de as (Figuur 11).
2. Duw de zwenkwielas door de voorste
zwenkwielarm, monteer de andere drukring en
resterende afstandsstukken op de as en plaats het
klemkapje om de constructie te borgen (Figuur 11).
Afstandsstukken onder de
zwenkwielarm
Vóór
Achter
0
0
1
1
2
2
3
3
4
4
5
5
6
6
1. Voorste zwenkwiel
2. Klemkapje
3. Afstandsstukken
Achterzwenkwiel
1. Verwijder het klemkapje van de spilas (Figuur 12).
Opmerking: De achterste zwenkwielvorkcon-
structie hoeft niet van de zwenkwielarm te worden
verwijderd om de maaihoogte te veranderen.
2. Om de gewenste maaihoogte te bereiken, moet u
de C-vormige stukken toevoegen of verwijderen
bij het smalle gedeelte van de spilas, onder de
zwenkwielarm (Figuur 12). Zorg ervoor dat de
drukringen (en niet de afstandsstukken) contact
maken met de bovenzijde en de onderzijde van de
zwenkwielarm.
3. Monteer het klemkapje om alles goed vast te zetten
(Figuur 12).
4. Controleer of alle vier de zwenkwielen op dezelfde
maaihoogte zijn ingesteld.
1. Achterzwenkwiel
2. Klemkapje
3. Afstandsstukken
15
Figuur 11
4. Drukringen
5. Opening met diameter van
11,13 mm
Figuur 12
4. Drukringen
5. Opening met diameter van
11,13 mm