Opbouw en functie
Vuilfilter
Display
De instelbereiken van parameterwaarden zijn samengevat in het hoofdstuk Parameterover-
zicht > zie hoofdstuk 10.1.3.
5.4
Vuilfilter
Dit accessoire kan als optie achteraf worden aangebracht > zie hoofdstuk 9.
•
Vuilfilter zoals in de afbeelding getoond, met beide clips (1) aan de achterzijde van het apparaat
boven de luchtinvoeropening plaatsen.
•
Vuilfilter naar beneden klappen (2).
•
Vuilfilter met bevestigingsschroeven aan de onderzijde van de behuizing (3) bevestigen.
Bij gebruik van een vuilfilter wordt de koelluchtdoorvoer gereduceerd en daardoor de inschakelduur van
het apparaat verlaagd. De inschakelduur daalt als de vervuiling van het filter toeneemt. Het vuilfilter moet
regelmatig gedemonteerd en door het afblazen met perslucht worden gereinigd (afhankelijk van de vuilin-
tensiteit).
5.5
Afstandsbedieningen
De afstandsbedieningen worden via de 19-polige aansluitbus van de afstandsbediening (analoog)
bestuurd.
5.5.1
RT1 19POL
32
Instelling / selecteren
Startstroom (procentueel, hoofdstroomafhankelijk)
Upslopetijd op hoofdstroom
Pulsbalance
Pulsstroom > zie hoofdstuk 5.3.5
Vlambooglengte-begrenzing > zie hoofdstuk 5.7
------- functie ingeschakeld
------- functie uitgeschakeld
Afbeelding 5-21
099-002057-EW505
8.02.2023