5.3
Uit – en inschakelen of controle
uit-
en
afzonderlijke
tijdens het zaaien
F
Bevoor afzonderlijke zaaiaggregaten
kunnen worden uitgeschakeld, omdat
de
bewegingssensor
ontvangst nemen (Machines mogen
over korte afstanden worden gereden).
F
Zaaiagregaten voorzien van een trek-
magneet
Bij zaaiagregaten zonder trekmagneet
wordt alleen de functiecontrole uitge-
schakeld
Met de witte bedieningstoetsen kunnen de afzonder-
lijke zaaiaggregaten (bijv. van de controlefunctie)
tijdens het zaaien worden
,
en
.
Door de toets
of
wordt een keuze gemaakt vanaf welke zijde (links of
rechts) de aggregaten moeten worden uitgeschakeld.
Op het display wordt de gekozen kant door een knip-
perend minteken aangegeven.
Met de min-toets
buitenzijde per druk op de toets telkens één aggre-
gaat worden uitgeschakeld.
Met de plus-toets
binnen naar buiten weer ingeschakeld.
Weergave na uitschakelen van 2 linker zaaiaggregaten:
Controlelampen 1 en 2 geven rood licht!
In bedrijfstellen
inschakelen
van
zaaiaggregaten
impulsen
in- of uitgeschakeld
één keer in te drukken
kan beginnend vanaf de
worden de aggregaten van
de
Na indrukken van toets
weer ingeschakeld en schakelt het display weer naar
de werkstand.
F
Alle aggregaten worden weer automa-
tisch
$0$6&$1
in
werkstand vaststelt, omdat de bewe-
gingssensor geen impulsen meer af
geeft. Dit is bij voorbeeld het geval wan-
neer de machine op de kopakker wordt
opgeheven of midden op het perceel
wordt gestopt.
zijn alle aggregaten
ingeschakeld,
wanneer
een onderbreking in de
19