Extra installatieopties voor de printer
3
Lijn de printer uit met de lade en laat de printer op zijn plaats zakken.
4
Zet de printer weer aan.
5
Stel de printersoftware zo in dat de optionele invoerbron kan worden herkend. Zie "Beschikbare opties bijwerken
in het printerstuurprogramma" op pagina 40 voor meer informatie.
Kabels aansluiten
Sluit de printer aan op de computer met een USB-kabel of een ethernetkabel.
Zorg ervoor dat:
•
Het USB-symbool op de kabel overeenkomt met het USB-symbool op de printer
•
De juiste Ethernet-kabel is gekozen voor de Ethernet-poort.
37