3.4. HET LASSEN ZELF
Lasrook kan schadelijk zijn voor uw gezondheid, zorg tijdens het lassen altijd
voor voldoende ventilatie!
Kijk nooit in de lasboog zonder gezichtsbescherming speciaal gemaakt voor
booglassen! Bescherm uzelf en uw omgeving tegen de lasboog en tegen spatten!
3.4.1. Aarden
Indien mogelijk, maak de klem van de werkstukkabel direct vast op het te lassen
werkstuk.
1.
Maak het verbindingsoppervlak van de aardklem schoon en vrij van verf
en roest.
2.
Maak de klem zorgvuldig vast, zodat het contactoppervlak zo groot
mogelijk is.
3.
Controleer vervolgens of de klem goed vastzit.
3.4.2. Lassen
Zie ook "3.1. Lasprocessen" en "3.4. Laskeuzes". Het is raadzaam om de lasstroom en
lassnelheid eerst te testen op een ander stuk dan het werkelijk te lassen werkstuk.
U kunt met lassen beginnen nadat u de nodige keuzes heeft gemaakt. De boog wordt
aangestoken door het lasstuk te aan te strijken met de elektrode. De lengte van de las-
boog kan worden aangepast door het uiteinde van de elektrode op de geschikte afstand
van het te lassen werkstuk te houden. De geschikte booglengte is normaal gesproken de
helft van de kerndiameter van de elektrode. Wanneer de boog is aangestoken, beweeg
de elektrode dan langzaam naar voren in een schuine hoek van 10-15. Pas, indien nodig
de stroomsterkte aan.
Bij TIG-lassen wordt beschermgas gebruikt. Uw dealer kan u advies geven over de
keuze in gas en uitrusting. Open het kraantje op de TTM 15V-toorts. Wanneer het
gas begint te stromen, wordt de boog aangestoken door zacht met de punt van de
wolframelektrode op het te lassen werkstuk te strijken. Wanneer de boog is ontstoken,
kan de lengte worden geregeld door de punt van de wolframelektrode op een geschikte
afstand te houden van het te lassen werkstuk. Beweeg de toorts vanaf het startpunt naar
voren. Als vuistregel kan men een hoek van 10-15° gebruiken. Regel indien nodig de
stroomsterkte. Stop het lassen door de brander van het werkstuk weg te tillen en door de
gasafsluiter op de brander te sluiten.
Let op! Maak de gascilinder altijd zo vast dat deze zich stevig in een rechtopstaande
positie bevindt ofwel in een speciaal daarvoor gemaakt muurrek of een gasfl eshouder.
Sluit de gasfl es steeds na het lassen.
3.5. OPSLAG
Sla het apparaat in een schone en droge plaats op. Bescherm het tegen regen, en
bescherm het tegen directe blootstelling aan de zon bij temperaturen boven de 25 °C.
4. ONDERHOUD
Let op hoofspanning bij het hanteren van elektrische kabels!
Hou bij het onderhoud van het apparaat rekening met de intensiteit van gebruik en
met de omgeving waarin het apparaat gebruikt wordt. Wanneer het apparaat op correcte
wijze en regelmatig wordt onderhouden, vermijdt u onnodige onderbrekingen in gebruik
en productie.
©
COPYRIGHT KEMPPI OY
Minarc/0244 – 7