∫ Wanneer [AF/AE] geselecteerd is
(Vaststellen van de focus en de
belichting)
1 De AF-zone op het object richten.
2 Druk op [AF/AE LOCK] om de focus en
de belichting vast te stellen.
• Druk weer op [AF/AE LOCK] om deze te
annuleren.
• Zodra is scherp gesteld op het voorwerp
en de belichting is afgesteld, verschijnen
het lampje voor de AF/AE-vergrendeling
[
], de diafragmawaarde en de
sluitertijd.
3 Verplaats het toestel om de opname
samen te stellen en druk de sluiter dan
helemaal in.
• De belichting wordt ingesteld, zelfs als de
helderheid van het onderwerp verandert.
• Er kan weer scherpgesteld worden op het
onderwerp door de ontspanknop tot de helft
in te drukken zelfs wanneer AE vergrendeld
is.
• Programmaschakeling kan ingesteld worden
zelfs wanneer AE vergrendeld is.
• De AF/AE-vergrendeling kan niet worden
gebruikt in de intelligente automatische
functie [
], geavanceerde scènefunctie of
scènefunctie.
• De AE-vergrendeling kan niet worden
gebruikt in de functie Handmatige belichting,
in de geavanceerde scènefunctie of in de
scènefunctie.
Gevorderd (Opname van opnamen)
Op [
functiemenu af te beelden en het in te stellen
onderdeel te kiezen.
Een kleureffect kiezen dat overeenkomt met
de opnamecondities en met hoe u zich de
opname voorstelt.
[OFF]
[B/W]
[SEPIA] Het beeld wordt sepia.
[COOL] Het beeld wordt blauwachtig.
[WARM] Het beeld wordt roodachtig.
• In de intelligente automatische functie [
kan alleen [B/W] of [SEPIA] worden
geselecteerd.
- 107 -
[KLEUR EFFECT]
Kleureffecten instellen
MENU
] drukken om het [OPNAME]
SET
(P92)
Dit is de standaard instelling.
Het beeld wordt zwart-wit.
]