9 Bediening
Werkwijze:
1. Kies op de startpagina van de gebruikersinterface het menu Gebruikersinstellingen.
2. Kies in het contextmenu [Installatiewizard starten].
☑ De installatiewizard wordt geopend.
Zie hiervoor ook:
• Opbouw van de installatiewizard ⇒ pagina 53
9.9
Procedure werkelijk vermogen configureren voor installaties met
externe gewenste waarde
Voorwaarde:
☐ De installatiewizard werd gestart.
Werkwijze:
1. Kies bij elke stap [Opslaan en verder] tot Netbeheer.
2. Zet in het tabblad Procedure werkelijk vermogen de schakelaar Werkelijk vermogen op[Aan].
3. Kies in het vervolgkeuzemenu Bedrijfsmodus werkelijk vermogen de optie Externe instelling.
4. Kies in het vervolgkeuzemenu Fallback-procedure de optie Fallback-waarden toepassen.
5. Voer in het veld Terugvalwaarde v. max. act. vermogen de waarde in waarop het product het nominaal
vermogen bij uitval van de communicatie met de master-eenheid na afloop van de timeout-tijd moet begrenzen.
6. Voer in het veld Timeout de tijd in die het product moet afwachten, tot deze het nominaal vermogen begrenst op
de ingestelde fallback-waarde.
7. Wanneer het bij een 0%- of 0 W-instelling niet is toegestaan dat de omvormer een gering werkelijk vermogen in
het openbaar stroomnet terugvoedt, kies dan in het vervolgkeuzemenu Netscheiding bij 0%-werkelijk
vermogen de optie Ja. Daardoor is gewaarborgd, dat de omvormer in geval van een 0%- of 0 W-instellinge
van het openbaar stroomnet scheidt en geen werkelijk vermogen teruglevert.
9.10
Procedure werkelijk vermogen configureren voor installaties met
handmatige gewenste waarde
Voorwaarde:
☐ De installatiewizard werd gestart.
Werkwijze:
1. Kies bij elke stap [Opslaan en verder] tot Netbeheer.
2. Zet in het tabblad Procedure werkelijk vermogen de schakelaar Netaansluitpuntregeling op[Aan].
3. Voer het totale vermogen van de PV-panelen in het veld Nominaal installatievermogen in.
4. In de vervolgkeuzemenu Bedrijfsmodus begrenzing werkelijk vermogen op het netaansluitpunt kiezen, of
de begrenzing van het werkelijk vermogen door een vaste instelling in procenten of in watt moet gebeuren.
5. In het veld Ingestelde grenswaarde werkvermogen op netaansluitpunt de waarde instellen, waarop het
werkelijk vermogen op het netaansluitpunt moet worden begrensd. Voor nul werkvermogen moet de waarde op 0
zijn ingesteld.
54
SHPxxx-21-BE-nl-10
SMA Solar Technology AG
Bedieningshandleiding