DISPLAY PROTECTION (BEELDBEVEILIGING)
POWER SAVE
(Energiebesparing)
AUTO POWER SAVE TIME
SETTING (Tijdsinstelling
automatische
energiebesparing)
POWER SAVE MESSAGE
(Energiebesparingsmelding)
FAN CONTROL
(Ventilatiecontrole)
HEAT STATUS (Verhittingsstatus) Hiermee wordt de actuele status van de koelmotoren,de achtergrondverlichting en de temperatuursensoren getoond.
SCREEN SAVER
(Schermbeveiliging)
GAMMA*
1
BACKLIGHT
(Achtergrondverlichting)*
1
MOTION
(Bewegend beeld)*
2
SIDE BORDER COLOR
(Kleur zijbalken)
POWER ON DELAY
(Vertraging inschakelen)
DELAY TIME (Vertragingstijd) [POWER ON DELAY] (Vertraging inschakelen) kan worden ingesteld tussen 0 en 50 seconden.
LINK TO ID
(Koppelen aan ID)
ALERT MAIL (Waarschuwingsmail) Schakel [ON] (Aan) in om een melding per e-mail te ontvangen (zie
INTELLI. WIRELESS DATA
(Draadloze beheergegevens)
RESET (Opnieuw instellen)
CONTROL (BESTURING)
NETWORK INFORMATION
(Netwerkinformatie)
LAN
IP SETTING
(IP-instelling)
IP ADDRESS (IP-adres)
SUBNET MASK
(Subnetmasker)
DEFAULT GATEWAY
(Standaardgateway)
DNS
DNS PRIMARY
(DNS primair)
DNS SECONDARY
(DNS secundair)
*1: Als [SPECTRAVIEW ENGINE] staat ingeschakeld, is deze functie grijs weergegeven.
*2: Als u [OPTION] (Optie) voor signaalinvoer selecteert, is deze functie afhankelijk van welke optionele kaart u gebruikt.
*3: De functie is alleen beschikbaar wanneer er verbinding is met de optionele bedieningseenheid.
Stel [ENABLE] (Inschakelen) of [DISABLE] (Uitschakelen) in. Als u [ENABLE] (inschakelen) instelt, geeft u hiermee
op na hoeveel tijd de monitor overgaat op de energiespaarstand nadat het signaal is uitgevallen. Voor meer informatie
raadpleegt u de [POWER INDICATOR] (Stroomindicator) (zie
OPMERKING: De videokaarten stoppen mogelijk niet met het verzenden van digitale gegevens, zelfs als het beeld
is verdwenen. Als dit gebeurt, schakelt de monitor niet over op de energiebesparingsstand. [POWER SAVE] (Stroom
besparen) wordt uitgeschakeld wanneer [AUTO OFF] (Automatisch uit) of [CUSTOM] (Aangepast) is geselecteerd in
[HUMAN SENSING] (Persoonsdetectie)*
Stel de tijd in waarop de monitor naar de automatische energiebesparingsmodus gaat nadat het signaal verdwenen is.
Zodra de monitor overgaat op de automatische energiebesparingstsand, verschijnt er een melding wanneer [ON] (Aan)
wordt geselecteerd.
Koelventilatoren verlagen de interne temperatuur van de monitor om oververhitting te voorkomen.
Als [AUTO] (Automatisch) is geselecteerd, kunt u de starttemperatuur van de koelventilatoren en de ventilatorsnelheid
aanpassen.
Gebruik de functie [SCREEN SAVER] (Schermbeveiliging) om het risico op inbranding te verkleinen.
OPMERKING: Wanneer de schermbeveiliging is geactiveerd, wordt het beeld gewijzigd in [FULL] (Volledig) beeld. Nadat de
schermbeveiliging is gestopt, wordt het beeld weer weergegeven met de huidige [ASPECT] (Beeldverhouding) instelling.
De [SCREEN SAVER] (Schermbeveiliging) kan niet worden geselecteerd voor de signaalinvoer 3840 x 2160 (60 Hz) of 4096
x 2160 (60 Hz).
Als [SCREEN SAVER] (Schermbeveiliging) op actief is ingesteld, zijn [MULTI PICTURE MODE] (Beeldmodus), STILL
(Stilstaand), [IMAGE FLIP] (Beeld spiegelen) (behalve voor [NONE] (Geen)) of [TEXT TICKER] (Tekst-ticker), POINT ZOOM
(Specifiek zoomen), [TILE MATRIX] (Tegelmatrix) niet beschikbaar.
Als u [ON] (Aan) is geselecteerd, wordt het gamma van het beeld gewijzigd en vastgelegd.
Als u deze instelling op [ON] (Aan) zet, wordt de helderheid van de achtergrondverlichting verlaagd.
OPMERKING: selecteer deze functie niet wanneer [ROOM LIGHT SENSING] (Sensor voor kamerverlichting) is
ingesteld op [MODE1] (Modus 1) of [MODE2] (Modus 2).
Het beeld wordt enigszins vergroot en wordt op gezette tijden in vier richtingen verplaatst (omhoog, omlaag, links,
rechts). U kunt de tijd voor het interval en de zoomfactor instellen.
Hiermee past u de kleur van de zijkanten van het beeld aan bij een beeldverhouding van 4:3.
Door op de knop + te drukken op de afstandsbediening, worden de zijranden helderder.
Door op de knop – te drukken, worden de zijkanten donkerder.
De achtergrondkleur van de mediaspeler is ook gewijzigd.
Hiermee past u de vertragingstijd in tussen stand-by en inschakelen.
Wanneer [ON] (Aan) is geselecteerd, is de vertragingstijd gekoppeld aan de monitor-id. Het neemt meer tijd in beslag als
er een groot aantal id's is
Selecteer [ON] (Aan) om de functie INTELLI. WIRELESS DATA (Draadloze beheergegevens) (zie
Voor het gebruik van deze functie is een wachtwoord nodig.
Hiermee zet u alle instellingen in het menu [DISPLAY PROTECTION] (Beeldbeveiliging) terug naar de fabrieksinstellingen,
behalve [POWER ON DELAY] (Vertraging inschakelen) en [INTELLI. WIRELESS DATA] (Draadloze beheergegevens).
Hiermee worden de huidige netwerkinstellingen getoond.
OPMERKING: Wanneer u een LAN-instelling wijzigt, kan het enkele seconden duren voordat de aangepaste LAN-
instellingen worden toegepast.
Door deze optie in te schakelen wordt automatisch een IP-adres van uw DHCP-server aan de monitor toegewezen.
Als u de optie uitschakelt, kunt u het IP-adres en het subnetmasker invoeren dat u van uw netwerkbeheerder hebt gekregen.
OPMERKING: vraag het IP-adres aan uw netwerkbeheerder wanneer [AUTO] (Automatisch) is geselecteerd voor
[IP SETTING] (IP-instelling).
Stel uw IP-adres in voor de monitor die op het netwerk is aangesloten wanneer [MANUAL] (Handmatig) is geselecteerd
voor [IP SETTING] (IP-instelling).
Stel uw subnetmasker in voor de monitor die op het netwerk is aangesloten wanneer [MANUAL] (Handmatig) is
geselecteerd voor [IP SETTING] (IP-instelling).
Stel uw standaardgateway in voor de monitor die op het netwerk is aangesloten wanneer [MANUAL] (Handmatig) is
geselecteerd voor [IP SETTING] (IP-instelling).
OPMERKING: voer [0.0.0.0] in om de instelling te verwijderen.
Stel de IP-adressen van de DNS-server in.
AUTO (Automatisch): De DNS-server die met de monitor is verbonden, zal automatisch een IP-adres toewijzen.
MANUAL (Handmatig): Hier kunt u het IP-adres van de DNS-server die op de monitor is aangesloten, handmatig invoeren.
Voer de primaire DNS-serverinstellingen in van het netwerk dat is aangesloten op de monitor.
OPMERKING: voer [0.0.0.0] in om de instelling te verwijderen.
Voer de secundaire DNS-serverinstellingen in van het netwerk dat is aangesloten op de monitor.
OPMERKING: voer [0.0.0.0] in om de instelling te verwijderen.
pagina
.
3
Nederlands-40
42).
pagina
53).
pagina
60) te activeren.