7
Bediening
Leef bij elk gebruik alle veiligheidsbepalingen en
X
X
waarschuwingen na (zie hoofdstuk Veiligheid).
INFO Gebruik de geïntegreerde kookveldafzuiging niet
samen met andere kookvelden.
INFO Het kookveld mag alleen worden gebruikt
wanneer de filtervervangingsklep, het
roestvrijstalen vetfilter en de instroomsproeier
gemonteerd zijn (bij recirculatie ook het actieve-
koolfilter).
7.1
Algemene bedieningsinstructies
De kookveldafzuiging en kookvelden worden geregeld
via een centraal bedieningspaneel. Het bedieningspaneel
is uitgerust met elektronische sensortoetsen en
displayvelden. De sensortoetsen reageren op
vingercontact (zie hoofdstuk Beschrijving van het
apparaat).
U bedient het toestel door met uw vinger de
overeenkomstige sensortoets aan te raken
(touchbediening) of met de vinger een veegbeweging te
maken (sliderbediening).
7.2
Touchbediening
INFO Het systeem herkent verschillende
aanraakopdrachten. Het maakt een onderscheid
tussen korte aanrakingen (Touch), langere
aanrakingen (Long-Press) en verticale
schuifbewegingen met de vinger (slide).
Aanraakopdrachten
Van toepassing op
Touch
Toetsen + slider
Long-Press
Toetsen + slider
Slide
Slider
Tab. 7.1
Touchbediening
7.3
Systeem bedienen
7.3.1 Inschakelen
Houd de Power-toets ingedrukt
X
X
De slider geeft de opstartanimatie weer.
Q
Q
Nadat het systeem succesvol is gestart, verschijnt het
Q
Q
standaarddisplay op het bedieningspaneel.
www.bora.com
Afb. 7.1
INFO Als de kinderbeveiliging is geactiveerd, licht
de vergrendeltoets
is gestart. Het standaarddisplay wordt alleen
weergegeven na ontgrendeling (zie ook hoofdstuk
Kinderbeveiliging).
7.3.2 Uitschakelen
Houd de Power-toets ingedrukt
X
X
De opstartanimatie wordt weergegeven.
Q
Q
De kookveldafzuiging was ingeschakeld:
Het motorsymbool licht op en de automatische naloop
Q
Q
wordt gestart (de animatie voor de automatische
naloop wordt weergegeven).
Het display gaat uit wanneer de nalooptijd is
Q
Q
verstreken.
Het kookveld was ingeschakeld:
Als de kookzone voorheen actief was en nog
Q
Q
steeds warm is, wordt de restwarmte-indicator
weergegeven.
Het display gaat uit wanneer er geen restwarmte meer
Q
Q
Tijdsduur
is.
(contact)
0,3 s
7.3.3 Bedieningsvergrendeling
1 – 8 s
0,1 – 8 s
Bedieningsvergrendeling activeren
Houd de vergrendeltoets ingedrukt
X
X
Het display van het bedieningspaneel wordt gedimd.
Q
Q
De vergrendeltoets licht op.
Q
Q
Alle functies zijn gedeactiveerd, behalve de Power-
Q
Q
toets en de vergrendeltoets.
INFO Als u het systeem uitschakelt terwijl de
bedieningsvergrendeling actief is, zal de
bedieningsvergrendeling niet meer actief zijn
wanneer u het systeem de volgende keer
inschakelt.
Standaarddisplay na inschakeling
op nadat het systeem
Bediening
NL
.
H
.
41