4. Geef in het gebied Rescue Media aan welk type herstelmedium u wilt maken. U kunt een
noodherstelmedium maken met behulp van een schijf of met een USB-vaste-schijfstation.
5. Klik op OK en volg de instructies op het scherm om een noodherstelmedium te maken.
Noodherstelmedia gebruiken
In dit gedeelte vindt u instructies voor het gebruiken van het noodherstelmedium dat u hebt gemaakt.
• Als u het noodherstelmedium hebt gemaakt met een schijf, volgt u de volgende instructies om het te
gebruiken:
1. Zet de computer uit.
2. Druk herhaaldelijk op de toets F12 wanneer u de computer aanzet. Zodra het venster Boot Menu
wordt weergegeven, laat u de F12-toets weer los.
3. In het venster Boot Menu selecteert u het gewenste optische station als het eerste opstartapparaat.
Plaats vervolgens de noodherstelschijf in het optisch station en druk op Enter. Het
noodherstelmedium wordt gestart.
• Als u een noodherstelmedium hebt gemaakt met een USB-vaste-schijfstation, gebruikt u de volgende
instructies voor het gebruiken van het noodherstelmedium:
1. Sluit het USB-vaste-schijfstation aan op een van de USB-aansluitingen van de computer.
2. Druk herhaaldelijk op de toets F12 wanneer u de computer aanzet. Zodra het venster Boot Menu
wordt geopend, laat u F12 weer los.
3. In het venster Boot Menu selecteert u het USB-vaste-schijfstation als het eerste opstartapparaat en
drukt u op Enter. Het noodherstelmedium wordt gestart.
Bij het opstarten vanaf het noodherstelmedium verschijnt Rescue and Recovery. Voor elk van de functies
in het werkgebied van Rescue and Recovery is er Help-informatie beschikbaar. Volg de instructies om
de herstelproces te voltooien.
Vooraf geïnstalleerde programma's en apparaatstuurprogramma's
opnieuw installeren
Uw computer is uitgerust met speciale functies waarmee u bepaalde vooraf geïnstalleerde programma's en
apparaatstuurprogramma's opnieuw kunt installeren.
Vooraf geïnstalleerde programma's opnieuw installeren
Ga als volgt te werk kom geselecteerde programma's opnieuw te installeren:
1. Zet de computer aan.
2. Ga naar de map C:\SWTOOLS.
3. Open de map APPS. De map bevat verschillende submappen die de namen hebben van bepaalde
vooraf geïnstalleerde software.
4. Open de submap van het programma dat u opnieuw gaat installeren.
5. Dubbelklik op Setup en volg dan de aanwijzingen op het scherm om het programma opnieuw te
installeren.
Vooraf geïnstalleerde stuurprogramma's opnieuw installeren
Attentie: Door het opnieuw installeren van stuurprogramma's wijzigt u de configuratie van de computer.
Installeer stuurprogramma's alleen opnieuw als dit noodzakelijk is om een probleem met de computer
op te lossen.
U installeert een stuurprogramma voor een vooraf geïnstalleerd apparaat als volgt:
.
Hoofdstuk 9
Overzicht van gegevensherstel
119