Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Verzendsnelheid Voor Faxen Instellen; Faxtaken Beheren; Faxen Doorsturen Met De Computer - Lexmark 5000 Series Gebruikershandleiding

Verberg thumbnails Zie ook voor 5000 Series:
Inhoudsopgave

Advertenties

Locatie
Fax/rapport afdrukken
Snelkeuze
4
Klik op Instellingen opslaan nadat u de instellingen hebt aangepast. Als u de instellingen wilt herstellen naar
de standaardfabrieksinstellingen, klikt u op Standaardinst.. Als u de opgeslagen instellingen wilt laden, klikt u
op Opgeslagen instellingen herstellen.
5
Sluit het Faxconfiguratieprogramma.

Verzendsnelheid voor faxen instellen

U kunt de verzendsnelheid voor de uitgaande faxen instellen of wijzigen.
1
Dubbelklik in de Finder op de map Lexmark 5000 Series.
2
Dubbelklik op het pictogram Lexmark 5000 Series Faxconfiguratieprogramma.
3
Klik in het dialoogvenster Faxconfiguratieprogramma op de tab Verzenden.
4
Selecteer een snelheidsinstelling in het voorgrondmenu Maximale verzendsnelheid.
Opmerking: de maximale verzendsnelheid is 33.600 bps.
5
Klik op Instellingen opslaan.

Faxtaken beheren

Faxen doorsturen met de computer

De functie voor het doorsturen van faxen kunt u gebruiken om faxen te ontvangen wanneer u zich niet in de buurt
van de printer bevindt. Er zijn drie instellingen beschikbaar voor het doorsturen van faxen:
Uit: (standaardinstelling).
Doorsturen: de fax wordt doorgestuurd naar het opgegeven faxnummer.
Afdrukken en doorsturen: de fax wordt afgedrukt en vervolgens verzonden naar het opgegeven faxnummer.
U stelt als volgt het doorsturen van faxen in:
1
Dubbelklik in de Finder op de map Lexmark 5000 Series.
2
Dubbelklik op het pictogram Lexmark 5000 Series Faxconfiguratieprogramma.
3
Klik in het dialoogvenster Faxconfiguratieprogramma op de tab Ontvangen.
4
Selecteer de gewenste instelling in het voorgrondmenu Faxen doorsturen.
5
Geef in het veld Nummer voor doorsturen het nummer op waarnaar u de fax wilt doorsturen.
Opmerking: een faxnummer kan maximaal 64 cijfers, komma's, punten en/of de volgende symbolen bevatten:
* # + - ( ).
6
Klik op Instellingen opslaan.
Handelingen
Selecteren of een binnenkomende fax aangepast moet worden aan het papier-
formaat dat is geplaatst of de fax op twee vellen moet worden afgedrukt.
Bepalen of een voettekst (datum, tijd en paginanummer) moet worden afgedrukt
op elke pagina die u ontvangt.
Selecteren wanneer rapporten met faxgebeurtenissen en bevestigingen moeten
worden afgedrukt.
Items in de snelkeuzelijst, inclusief items in groepslijsten, maken, toevoegen,
bewerken of verwijderen.
Faxen met de computer
41

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave