Anleitung_RT_AG_230_SPK2__ 24.09.13 14:04 Seite 23
7. Bediening
7.1 Schakelaar (fig. 4)
De AAN/UIT-schakelaar (3) is voorzien van een
n
vergrendelschakelaar (a) om te voorkomen dat
het gereedschap per ongeluk in werking wordt
gezet.
Om het gereedschap in te schakelen de
n
vergrendelschakelaar (a) naar voren schuiven en
dan op de AAN/UIT-schakelaar (3) drukken.
Wacht tot het gereedschap zijn maximaal
toerental heeft bereikt. Daarna kunt u de haakse
slijper op het werkstuk aanzetten en bewerken.
7.2. Verwisselen van slijpschijven (fig. 5)
Voor het verwisselen van slijpschijven hebt u de
bijgaande haaksleutel (6) nodig.
Netstekker uit het stopcontact trekken.
Eenvoudige verwisseling van schijf door
n
spilvergrendeling.
De spilvergrendeling indrukken en de slijpschijf
n
vergrendelen.
De flensmoer met behulp van de voorgatsleutel
n
open draaien. (fig. 5)
Verwissel van slijp- of snijschijf en draai dan de
n
flensmoer met de voorgatsleutel weer vast.
Let op!
De spilvergrendeling slechts bij stilstaande
motor en slijpspil drukken!
De spilvergrendeling moet U bij het verwisselen
van schijf blijven drukken.
Bij slijp- of snijschijven tot ongeveer 3 mm dikte de
flensmoer met de vlakke kant naar de slijp- of
snijschijf vastschroeven.
7.3 Plaatsing van de flensen bij gebruik van
slijpschijfen en snijschijven (afb. 6-9)
Plaatsing van de flensen bij gebruik van een
n
gebogen of rechte slijpschijf (afb. 7)
a) Spanflens
b) Flensmoer
Plaatsing van de flensen bij gebruik van een
n
gebogen snijschijf (afb. 8)
a) Spanflens
b) Flensmoer
Plaatsing van de flensen bij gebruik van een
n
rechte snijschijf (afb. 9)
a) Spanflens
b) Flensmoer
7.4 MOTOR
De motor moet tijdens de bewerking goed verlucht
worden. Daarom moeten de verluchtingsopeningen
altijd schoon gehouden worden.
7.5 SLIJPSCHIJVEN
De slijp- of snijschijf mag nooit groter zijn dan de
n
voorgeschreven diameter.
Controleer vóór het gebruik van de slijp- of
n
snijschijf haar aangeduid toerental. Het toerental
van de slijp- of snijschijf mag nooit hoger zijn dan
het nullasttoerental van de haakse slijper.
Gebruik enkel slijp- of snijschijven die toegelaten
n
zijn voor een minimum toerental van 6.600 min
en voor een omtreksnelheid van 80 m/sec.
Let vooral bij de slijplichamen op een behoorlijke
berging en transport. Stel de slijplichamen nooit bloot
aan stoten, schokken of scherpe kanten (b.v. tijdens
het transport of bij het opbergen in een
gereedschapskist). Daardoor zou schade aan de
slijplichamen, zoals b.v. barstjes, kunnen worden
berokkend en de gebruiker in gevaar kunnen worden
gebracht.
7.6 WERKWIJZE
7.6.1 Schrobslijpen (fig. 10)
Let op! De beschermkap voor het slijpen
gebruiken (bij de leveringsomvang begrepen).
Het best resultaat bij het schrobslijpen word bereikt
als U de slijpschijf in een hoek van 30° tot 40° ten
opzichte van het slijpvlak aanzet en gelijkmatig over
het werkstuk heen en weer beweegt.
7.6.2 Snijslijpen (fig. 11)
Let op! De beschermkap voor het doorslijpen
gebruiken (als accessoire verkrijgbaar, zie 9.4).
Bij het snijden de haakse slijper niet in het snijvlak
kantelen. De snijschijf moet een intacte snijrand
hebben.
Voor het snijden van hard gesteente gebruikt U het
best een diamant-snijschijf.
Asbest-houdende materialen mogen niet
bewerkt worden!
Gebruik nooit snijschijven voor het
NL
-1
23