Wi-Fi / Bluetooth – [Wi-Fi setup]-menu
[PC-verbinding]
U kunt de werkgroep instellen.
Om beelden naar een PC te zenden, moet verbinding gemaakt worden met dezelfde
werkgroep als de PC van bestemming.
(De standaardinstelling is "WORKGROUP".)
•
Druk om de werkgroepnaam te veranderen op
werkgroepnaam in.
Tekens invoeren
•
Om naar de fabrieksinstellingen terug te keren drukt op [DISP.].
[Toestelnaam/Wachtwoord]
U kunt de cameranaam (SSID) en het wachtwoord veranderen.
•
Druk op [DISP.] om de apparaatnaam en het wachtwoord te veranderen.
Tekens invoeren
•
Het aantal tekens dat u kunt invoeren is maximaal 32 voor de apparaatnaam en
tussen 8 en 63 voor het wachtwoord.
[Wi-Fi-functievergrend.]
Om de onjuiste bediening en het gebruik van de Wi-Fi-functie door derden te voorkomen
en de persoonlijke informatie die opgenomen is in de beelden in de camera te beschermen,
raden wij aan dat u de Wi-Fi-functie met een wachtwoord beschermt.
[Instellen]: Voer een 4-cijferig nummer in als het wachtwoord.
•
Tekens invoeren
[Annul]: Wis het password.
•
Is een password eenmaal ingesteld, dan wordt u gevraagd het telkens in te voeren
wanneer u de Wi-Fi-functie gebruikt.
•
Als u het wachtwoord vergeet, kunt u [Resetten] in het [Set-up] ([Instelling])-menu
gebruiken om de netwerkinstellingen te gebruiken en het wachtwoord dus te resetten.
[Netwerkadres]
Geeft het MAC-adres en het IP-adres van de camera weer.
•
Als de volgende functie gebruikt wordt, is [Netwerkadres] niet beschikbaar:
– Tethered opname
(Tekens invoeren:
(Tekens invoeren:
(Tekens invoeren:
en voer de nieuwe
90)
90)
90)
654