Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Noodstroombedrijf Testen - Fronius Symo GEN24 6.0 Bedieningshandleiding

Inhoudsopgave

Advertenties

Houd bij het leggen van kabels rekening met de volgende punten:
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Noodstroombe-
Na de eerste installatie en configuratie van het noodstroombedrijf wordt aanbe-
drijf testen
volen het noodstroombedrijf te testen. Voor testgebruik wordt een acculading
van min. 30% aanbevolen.
U vindt een beschrijving van het uitvoeren van het testbedrijf in de
noodstroom
42,0426,0365).
92
De hoofdcontacten van de beveiligingen K1 en K2 moeten tussen de Fronius
Smart Meter en de aardlekschakelaar van de omvormer of de aardlekschake-
laar van de noodstroomkringen worden geïnstalleerd.
De voedingsspanning voor de beveiligingen K1 en K2 wordt door het openba-
re stroomnetwerk geleverd en moet na de Fronius Smart Meter op fase 1
(L1) worden aangesloten en dienovereenkomstig worden beveiligd.
De beveiligingen K1 en K2 worden aangestuurd via de externe stroomnet- en
systeembeveiliging (NA-beveiliging).
De externe NA-beveiliging moet na de Fronius Smart Meter worden geïnstal-
leerd. U vindt gedetailleerde installatie- en bekabelingsinstructies voor de
externe NA-beveiliging in de gebruiksaanwijzing.
De Remote-Trip-ingang van de externe NA-beveiliging moet volgens de ge-
bruiksaanwijzing van de fabrikant op NC worden ingesteld.
Om de functie van aardlekschakelaars in noodstroombedrijf te garanderen,
moet de verbinding tussen de neutrale draad en de randaarde zo dicht moge-
lijk bij de omvormer tot stand worden gebracht, maar in ieder geval vóór de
eerste aardlekschakelaar. Hiertoe wordt een opencontact van de hoofdcon-
tacten van de beveiligingen K4 en K5 gebruikt. Op deze manier wordt de
aardverbinding tot stand gebracht zodra het openbare stroomnetwerk niet
meer beschikbaar is.
De voedingsspanning voor de beveiliging K1, K2, K4 en K5 wordt geleverd via
fase 1 (L1) van het openbare stroomnetwerk en wordt via de externe NA-be-
veiliging geschakeld.
De voedingsspanning van de beveiligingen K1, K2, K4 en K5 wordt via een
opencontact van relais K3, die de Remote-ingang van de externe NA-beveili-
ging aanstuurt, onderbroken. Zo wordt voorkomen dat de aardverbinding niet
onmiddellijk wordt verbroken wanneer het openbare stroomnetwerk weer
beschikbaar is en het noodstroomnet van de omvormer naar het openbare
stroomnetwerk wordt omgeschakeld.
Het sluitcontact van relais K3 geeft de omvormer extra feedback dat relais
K3 de vergrendeling heeft uitgevoerd.
Na de hoofdcontacten van K1 en K2 kunnen extra inverters of andere wissel-
stroombronnen in de noodstroomkring worden geïnstalleerd. De bronnen
worden niet met het stroomnetwerk van de omvormer gesynchroniseerd, om-
dat dit noodstroomnet een frequentie van 53 Hz heeft.
(https://www.fronius.com/en/search-page, artikelnummer:
controlelijst -

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Deze handleiding is ook geschikt voor:

Symo gen24 6.0.plusSymo gen24 8.0Symo gen24 8.0 plusSymo gen24 10.0Symo gen24 10.0 plusPrimo gen24 8.0 plus ... Toon alles

Inhoudsopgave