Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Bekabelingsvariant Universele Afscheiding Bijvoorbeeld Duitsland, Frankrijk; Functies; Overgang Van Terugleveringsmodus Naar Noodstroombedrijf - Fronius Symo GEN24 6.0 Bedieningshandleiding

Inhoudsopgave

Advertenties

Bekabelingsvariant universele afscheiding bij-
voorbeeld Duitsland, Frankrijk

Functies

-
-
-
-
-
Overgang van te-
1.
rugleveringsmo-
dus naar nood-
2.
stroombedrijf
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
Meting en overdracht van de parameters die nodig zijn voor energiebeheer en
Fronius Solar.web door de Fronius Smart Meter.
Afscheiden van het openbare stroomnetwerk als de netparameters buiten de
landspecifieke normen vallen om noodstroombedrijf mogelijk te maken.
Opnieuw aansluiten van het openbare stroomnetwerk als de netparameters
binnen de grenzen van de landspecifieke normen liggen.
Opbouwen van een correcte aardverbinding voor het noodstroombedrijf om
de functies van de veiligheidsvoorzieningen te garanderen.
Mogelijkheid van een aparte noodstroomkring of meerdere noodstroomkrin-
gen die ook bij uitval van het openbare stroomnetwerk van stroom worden
voorzien. De totale belasting van de noodstroomkringen mag hierbij het no-
minale vermogen van de omvormer niet overschrijden. Bovendien moet ook
rekening worden gehouden met de capaciteit van de aangesloten accu.
Het openbare stroomnetwerk wordt door de stroomnet- en systeembeveili-
ging van de omvormer en door de aangesloten Fronius Smart Meter bewaakt.
Uitval van het openbare stroomnetwerk.
De omvormer voert de landspecifiek vereiste maatregelen uit en schakelt
zich daarna uit.
De beveiligingen K1, K2, K4 en K5 vallen weg. Hierdoor worden de nood-
stroomkringen en de omvormer van de rest van het thuisnet en van het open-
bare stroomnetwerk afgescheiden als de hoofdcontacten van de beveiligin-
gen K1 en K2 universeel worden geopend. De open-hulpcontacten van de be-
veiligingen K1 en K2 geven de omvormer feedback dat de beveiligingen open
zijn (een voorwaarde voor het starten van het noodstroombedrijf).
De open-hoofdcontacten van de beveiligingen K4 en K5 zijn gesloten en er is
dus een verbinding tussen de neutrale draad en de randaarde. De twee ande-
re open-hoofdcontacten van de beveiligingen K4 en K5 geven de omvormer
feedback dat de aardverbinding correct tot stand is gekomen (voorwaarde
voor het starten van het noodstroombedrijf).
De omvormer stuurt het relais K3 aan, zodat de voeding van de beveiligingen
K1, K2, K4 en K5 onderbroken wordt. Dit voorkomt onbedoelde activering
van de beveiligingen K1, K2, K4 en K5 en voorkomt zo aansluiting op het
stroomnetwerk wanneer het stroomnetwerk weer onder spanning komt te
staan.
Het sluitcontact van relais K3 geeft de omvormer extra feedback dat de ver-
grendeling door relais K3 is uitgevoerd.
Op basis van de feedback van de beveiligingen en de metingen in de omvor-
merklemmen en de Smart Meter besluit de omvormer dat het noodstroom-
bedrijf kan worden gestart.
Nadat alle vereiste inschakeltests zijn uitgevoerd, begint de omvormer met
het noodstroombedrijf.
Alle belastingen die zich in de noodstroomkringen bevinden, worden gele-
verd. De overige belastingen worden niet van stroom voorzien en zijn veilig
gescheiden.
49

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Deze handleiding is ook geschikt voor:

Symo gen24 6.0.plusSymo gen24 8.0Symo gen24 8.0 plusSymo gen24 10.0Symo gen24 10.0 plusPrimo gen24 8.0 plus ... Toon alles

Inhoudsopgave