bare WLAN-netwerken. Via het invoerveld
verder worden beperkt.
1
2
3
4
5
De verbinding wordt tot stand gebracht. Na het tot stand brengen van de verbin-
ding moet de status van de verbinding worden gecontroleerd (zie hoofdstuk
ternetservices" op pagina 125).
Toegangspunt:
De omvormer fungeert als toegangspunt. Een pc of smart device maakt recht-
streeks verbinding met de omvormer. Er is geen verbinding met internet mogelijk.
In dit menu kunnen
configureerd.
U kunt tegelijkertijd een verbinding via WLAN en via een toegangspunt gebrui-
ken.
Modbus
Modbus RTU-interface 0 / 1
Als een van de beide Modbus RTU-interfaces op Slave is ingesteld, zijn de vol-
gende invoervelden beschikbaar:
'Baudsnelheid'
De baudsnelheid beïnvloedt de overdrachtssnelheid tussen de afzonderlijke com-
ponenten die in de installatie zijn aangesloten. Zorg er bij het selecteren van de
baudsnelheden voor dat ze aan de verzend- en ontvangstzijde gelijk is.
'Pariteit'
De pariteitsbit kan voor de pariteitscontrole worden gebruikt. Dit wordt gebruikt
om overdrachtsfouten op te sporen. Een pariteitsbit kan een bepaald aantal bits
veiligstellen. De waarde (0 of 1) van de pariteitsbit moet bij de zender worden be-
rekend en bij de ontvanger wordt gecontroleerd met behulp van dezelfde bereke-
ning. De pariteitsbit kan worden berekend voor even of oneven pariteit.
'SunSpec-modeltype'
Afhankelijk van het Sunspec-model zijn er 2 verschillende instellingen.
float: SunSpec-omvormermodel 111, 112, 113 of 211, 212, 213.
int + SF: SunSpec-omvormermodel 101, 102, 103 of 201, 202, 203.
'Meteradres'
De ingevoerde waarde is het identificatienummer (Unit ID) dat aan de meter is
toegewezen. Het kan worden gevonden op de gebruikersinterface van de omvor-
mer in het menu
Fabrieksinstelling: 200
'Omvormeradres'
De ingevoerde waarde is het identificatienummer (Unit ID) dat aan de omvormer
is toegewezen.
Selecteer een netwerk in de lijst.
Selecteer het verbindingstype
Voer het verbindingstype 'automatisch', het WLAN-wachtwoord en de host-
naam in.
Voer in geval van het verbindingstype
ker, de DNS en de gateway in.
Klik op de knop 'Verbinden'.
'Netwerknaam (SSID)'
'Communicatie'
'Netwerk zoeken'
'automatisch'
of 'statisch'.
'statisch'
het IP-adres, het subnetmas-
'Netwerksleutel (PSK)'
en
→ 'Modbus'.
kan de keuzelijst
"In-
worden ge-
123