noodstroomkringen. De totale belasting van de noodstroomkringen mag hierbij
het nominale vermogen van de omvormer niet overschrijden.
De noodstroomkringen en de niet-noodstroomkringen moeten afzonderlijk van
elkaar worden beveiligd in overeenstemming met de vereiste veiligheidsmaatre-
gelen (aardlekschakelaar, automatische zekering enz.).
In noodstroombedrijf zijn alleen de noodstroomkringen door de beveiligingen K1
en K2 3-polig van het stroomnetwerk gescheiden. De rest van het thuisnet wordt
in dit geval niet van stroom voorzien.
Houd bij het leggen van kabels rekening met de volgende punten:
-
-
-
-
-
-
Bekabelingsvari-
Stroomschema
ant universele
U vindt het stroomschema voor de 4-polige dubbele afscheiding, bijvoorbeeld
afscheiding bij-
Duitsland, in de bijlage van dit document op pagina 195.
voorbeeld Duits-
U vindt het stroomschema voor de 4-polige enkele afscheiding, bijvoorbeeld
land, Frankrijk,
Frankrijk en Spanje, in de bijlage van dit document op pagina 196.
Spanje
Bekabeling van noodstroomkring en niet-noodstroomkring:
Als niet alle verbruikers thuis bij stroomuitval van noodstroom worden voorzien,
moeten de stroomkringen worden onderverdeeld in noodstroomkringen en niet-
noodstroomkringen. De totale belasting van de noodstroomkringen mag hierbij
het nominale vermogen van de omvormer niet overschrijden.
De noodstroomkringen en de niet-noodstroomkringen moeten afzonderlijk van
elkaar worden beveiligd in overeenstemming met de vereiste veiligheidsmaatre-
gelen (aardlekschakelaar, automatische zekering enz.).
In noodstroombedrijf zijn alleen de noodstroomkringen door de beveiligingen K1
en K2 universeel van het stroomnetwerk gescheiden en voor de noodstroomkrin-
gen wordt een aardverbinding tot stand gebracht. De rest van het thuisnet wordt
in dit geval niet van stroom voorzien.
90
De hoofdcontacten van de beveiligingen K1 en K2 moeten tussen de Fronius
Smart Meter en de omvormer of de aardlekschakelaar van de noodstroom-
kringen worden geïnstalleerd.
De voedingsspanning voor de beveiligingen K1 en K2 wordt door het openba-
re stroomnetwerk geleverd en moet na de Fronius Smart Meter op fase 1
(L1) worden aangesloten en dienovereenkomstig worden beveiligd.
De voedingsspanning van de beveiligingen K1 en K2 wordt via een opencon-
tact van relais K3 onderbroken. Zo wordt voorkomen dat het noodstroomnet
van de omvormer wordt omgeschakeld naar het openbare stroomnetwerk.
Het sluitcontact van relais K3 geeft de omvormer feedback dat relais K3 de
vergrendeling heeft uitgevoerd.
Na de hoofdcontacten van K1 en K2 kunnen extra inverters of andere wissel-
stroombronnen in de noodstroomkring worden geïnstalleerd. De bronnen
worden niet met het stroomnetwerk van de omvormer gesynchroniseerd, om-
dat dit noodstroomnet een frequentie van 53 Hz heeft.
Het gebruik van beveiliging K2 is optioneel in Australië.