3. Verstelfuncties
(alleen indien aanwezig)
Bij nogmaals drukken op de knop
>MODE< verschijnt een rolstoel sym-
bool in de aanduiding (afb. 12/
Elektrische toebehoren zijn door een
zijwaartse beweging van de joystick
of door het gebruik van de plus of min
knoppen verstelbaar. Het rolstoel sym-
bool geeft het desbetreffende verstel-
bare onderdeel in rangvolgorde knip-
perend weer.
– Rugleuning
– Zitting
– Voetsteun R=rechts
– Voetsteun L=links
– Zithoogte
– Zitdiepte
– Beide voetsteunen
Men gaat naar de volgende verstel-
functie/weergave door op de toets
>MODE< te drukken.
Attentie:
!
Wordt de joystick naar voren of
achteren bewogen, dan schakelt de
electronica om naar rijstand en de
rolstoel begint te rijden. – Onge-
wenste rolstoelbeweging!
• De verstellingen alleen tijdens stil-
stand uitvoeren!
• Gevaar voor omslaan bij hellingen
en het nemen van hindernissen!
16
➀
➃
➆
➁
-
).
➂
➃
➄
➅
➆
12
• Al naar gelang de rolstoel is uitge-
rust met elektrische verstellingen
(bijvoorbeeld elektrische rugleu-
ning) verandert het rijgedrag van
de rolstoel, afhankelijk van verstel-
lingraad.
• De snelheid moet aan de situatie
van het ogenblik worden aange-
past en evt. sterk gereduceerd wor-
den.
• Tijdens het rijden met elektrisch
ingestelde zithoek volgt automa-
tisch een snelheidsvermindering.
Normaalweergave
Op toets >Mode< drukken
Rijprogramma aandui-
ding
Op toets >Mode< drukken
D a g k i l o m e t e r t e l l e r -
weergave
Op toets >Mode< drukken
Rugleuningverstelling
Op toets >Mode< drukken
Zitplaatsverstelling
Op toets >Mode< drukken
Beensteunverstelling
rechts
Op toets >Mode< drukken
Beensteunverstelling
links
Op toets >Mode< drukken