Fig. 2: Transport van de motor
4
Toepassing en verkeerd ge-
bruik
4.1
Toepassing
4.2
Verkeerd gebruik
Inbouw- en bedieningsvoorschriften • Wilo-Atmos GIGA-I/-D/-B • Ed.01/2023-06
De transportogen op de motor zijn alleen bestemd voor het transport van de motor, niet van
de gehele pomp!
GEVAAR
Levensgevaar door vallende onderdelen!
De pomp zelf en onderdelen van de pomp kunnen een zeer hoog eigen ge-
wicht hebben. Door vallende onderdelen bestaat het gevaar van snijden,
beknellen, stoten of slaan, hetgeen kan leiden tot de dood.
• Altijd geschikte hijsmiddelen gebruiken en de onderdelen borgen tegen
vallen.
• Nooit onder zwevende lasten staan.
• Bij opslag en transport en vóór alle installatie- en montagewerkzaam-
heden moet voor een veilige plaats en stabiele stand van de pomp wor-
den gezorgd.
WAARSCHUWING
Een onbeveiligde opstelling van de pomp kan letsel veroorza-
ken!
De voeten met draadboringen dienen voor de bevestiging. In vrije stand
staat de pomp mogelijk niet stevig genoeg.
• Zet de pomp nooit onbeveiligd op de pompvoeten neer.
De droogloperpompen van de serie Atmos GIGA (inline-enkelpomp), Atmos GIGA-D (inline-
dubbelpomp) en Atmos GIGA-B (blokpomp) zijn bedoeld voor gebruik als circulatiepompen
in de gebouwentechniek.
Ze mogen worden gebruikt voor:
•
Warmwater-verwarmingssystemen
•
Koel- en koudwatercircuits
•
Bedrijfswatersystemen
•
Industriële circulatie-installaties
•
Warmtedragercircuits
Voor het doelmatige gebruik van de pomp moeten ook deze inbouw- en bedieningsvoor-
schriften en de informatie en aanduidingen op de pomp in acht worden genomen.
Elke andere toepassing wordt beschouwd als verkeerd gebruik en leidt tot verlies van elke
aansprakelijkheid.
De bedrijfsveiligheid van het geleverde product is alleen gegarandeerd bij doelmatig ge-
bruik overeenkomstig het hoofdstuk "Toepassing" van de inbouw- en bedieningsvoor-
schriften. De in de catalogus/het gegevensblad aangegeven grenswaarden mogen nooit
worden over- of onderschreden.
WAARSCHUWING! Verkeerd gebruik van de pomp kan tot gevaarlijke situaties en tot
materiële schade leiden.
•
Gebruik uitsluitend de door de fabrikant toegestane vloeistof.
•
Niet-toegestane stoffen in de vloeistof kunnen de pomp vernielen. Door abrasieve vaste
stoffen (bijv. zand) neemt de slijtage van de pomp toe.
•
Pompen zonder Ex-goedkeuring zijn niet geschikt voor toepassing in explosieve zones.
•
Houd licht ontvlambare materialen/vloeistoffen uit de buurt van het product.
•
Laat nooit onbevoegde personen werkzaamheden uitvoeren.
•
Gebruik nooit buiten het aangegeven toepassingsgebied.
•
Voer nooit zelf ombouwwerkzaamheden uit.
•
Gebruik uitsluitend toegestane toebehoren en originele reserveonderdelen.
Typische montageplaatsen zijn technische ruimten in het gebouw waar zich ook andere
technische installaties bevinden. De pomp is niet geschikt voor de directe installatie in
ruimten die voor andere doeleinden worden gebruikt (woon- en werkruimten).
nl
13