Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina
Inhoudsopgave

Advertenties

Spoelen

Aard de apparatuur en afvalcontainer altijd om brand
en ontploffingen te voorkomen. Spoel altijd bij een zo
laag mogelijke druk om statische vonken en letsel door
opspattende vloeistof te voorkomen.
De pomp doorspoelen:
Voordat u hem voor het eerst gebruikt
Wanneer u materialen vervangt;
Voordat u apparatuur repareert
Voordat het materiaal opdroogt of neerslaat in een
stilstaande pomp (controleer de houdbaarheid van
gekatalyseerde materiualen);
Aan het eind van de dag;
Voordat de pomp wordt opgeborgen
Spoel met de laagst mogelijke druk. Spoel door met een
vloeistof die compatibel is met de door u gepompte vloeistof
en met de bevochtigde onderdelen in uw systeem. Volg de
aanbevelingen van de fabrikant of leverancier van de vloeistof
op voor het te gebruiken spoelmiddel en hoe vaak er moet
worden gespoeld.
1.
Voer de Drukontlastingsprocedure, pagina 11.
2.
Verwijder de spuittip en de tiphouder van het pistool.
3.
Indien gewenst, verwijder het vloeistoffilter (apart
verkrijgbaar). Breng het filterdeksel na verwijdering
van het vloeistoffilter weer aan.
4.
Verbind de aarddraad (L) en -klem met een goed
aardingspunt.
5.
Plaats de aanzuigbuis in een geschikt oplosmiddel.
OPMERKING: Trek de slang niet helemaal strak. Laat haar
hangen zodat de vloeistof makkelijker in de pomp stroomt.
3A9175D
6.
Draai de stelknop (G) van de luchtregelaar linksom tot
de drukmeter (E) nul aangeeft.
7.
Open het zelfontlastende hoofdluchtventiel (B).
8.
Spoel de slang en het pistool:
a.
Schakel de veiligheidspal van het pistool uit. Houd
het pistool tegen een geaarde metalen emmer.
Spoelen
13

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave