Creatief naaien
> Houd de boventransporteur met twee vingers vast, trek hem naar beneden, schuif hem van u af en laat
hem langzaam naar boven glijden.
5.3 Snelheid regelen
Met de snelheidsregelaar kan de snelheid traploos worden aangepast.
> Verschuif de snelheidsregelaar naar links om de snelheid te verlagen.
> Verschuif de snelheidsregelaar naar rechts om de snelheid te verhogen.
5.4 Bovendraadspanning instellen
De bovendraadspanning wordt automatisch bij de keuze van de steek of het borduurmotief in de
basisinstelling gezet.
De bovendraadspanning wordt in de BERNINA fabriek optimaal ingesteld en op de machine getest. Hiervoor
worden als boven- en onderdraad Metrosene-/Seralongaren nr. 100/2 (firma Mettler, Zwitserland) gebruikt.
Als ander naai- of borduurgaren wordt gebruikt, kunnen afwijkingen op de optimale draadspanning
ontstaan. Daarom is het soms noodzakelijk om de draadspanning aan het naai- of borduurwerk en de
gewenste steek of het borduurmotief aan te passen.
Hoe hoger de bovendraadspanning is ingesteld, des te sterker wordt de bovendraad gespannen en de
onderdraad wordt meer in de stof getrokken. Als de bovendraadspanning lager is, wordt de bovendraad
minder sterk gespannen en de onderdraad minder in de stof getrokken.
Wijzigingen op de bovendraadspanning hebben invloed op de geselecteerde steek of het borduurmotief.
Blijvende wijzigingen van de bovendraadspanning voor de naaimodus (zie pagina 57) en voor de
borduurmodus (zie pagina 62) kunnen in het setup-programma worden gemaakt.
Voorwaarde:
• In het setup-programma is de bovendraadspanning gewijzigd.
> Druk op het symbool «Bovendraadspanning».
81