Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Voor De Ingebruikname; Ingebruikname - REMKO HTL 150-FB Bedieningshandleiding

Verberg thumbnails Zie ook voor HTL 150-FB:
Inhoudsopgave

Advertenties

Voor de ingebruikname

Het apparaat moet voor de ingebruikname op opvallen-
de gebreken aan de bedienings- en veiligheidsinrichtin-
gen en op reglementaire opstelling en elektrische aan-
sluiting gecontroleerd worden.
De afvoergaswaarden van de ventilator-oliebrander
moeten al naargelang de plaatselijke omstandigheden
door geautoriseerd vakpersoneel gecontroleerd resp.
ingesteld worden.
Na installatie van de complete luchtverdeling moeten,
om een foutloze werking van de ventilator te garande-
ren, altijd de in wat volgt opgesomde controles worden
uitgevoerd door geautoriseerd vakpersoneel!
Meten van nominale stroom en stroomverbruik
1. Monteer voor een correcte meting alle buisleidingen
aan aanzuig- en uitblaaskant van het apparaat en
open eventuele uitblaasroosters.
2. Controleer de beschikbare netspanning.
3. Houd er rekening mee dat de nominale stroom
(ampère) de waarde op het motortypeplaatje niet
mag overschrijden.
Instellen van het thermisch overstroomrelais
1. Meet elke fase apart om meetfouten uit te sluiten.
2. Voer de instelling van het thermisch overstroomre-
lais uit volgens de volgende berekening:
Nominale stroom van de aandrijfmotor vermenigvul-
digen met de factor 0,58 en het thermisch over-
stroomrelais instellen op de berekende waarde.
3. Controleer de werking van het overstroomrelais
resp. de instelwaarde ervan door de simulatie van
een ontbrekende fase.
Door een zekering uit te schakelen enz.
4. Houd er rekening mee dat het relais bij een regle-
mentaire werking resp. instelling na ca. 30 seconden
moet reageren.
Belangrijk, belangrijke informatie over het over-
stroomrelais!
Het thermisch overstroomrelais mag uitsluitend in de
stand „Manueel terugzetten" werken. Het relais mag na
de afkoeling niet automatisch weer inschakelen.
Als het overstroomrelais werkt in de stand
„Automatisch terugzetten", dan kan motorschade
niet worden uitgesloten. Er bestaat dan geen recht
op garantie!
Te hoog stroomverbruik
Als de motor ondanks elektrische aansluiting volgens
de voorschriften en toereikende spanningsvoeding te
veel stroom ontneemt, dan mag het thermisch over-
stroomrelais in geen geval hoger gezet of overbrugd
worden.
Tref adequate maatregelen om het probleem op te los-
sen, b.v. door de aanzuig- en uitblaasdiameter aan lucht-
kant te controleren resp. aan te passen.
8

Ingebruikname

Met de bediening en bewaking van het apparaat moet
een persoon belast worden die voldoende werd geïn-
strueerd in de juiste omgang met het apparaat.
Start van het apparaat
1. Open de afsluitdeur aan de achterkant van het ap-
paraat.
2. Vergewis u ervan dat de bedrijfsschakelaar aan de
schakelkast in de stand „0" (= Uit) is geschakeld.
3. Plaats de ruimtethermostaat op een geschikte plaats.
De thermostaatvoeler mag zich niet direct in de war-
meluchtstroom bevinden en niet direct op een koele
ondergrond bevestigd worden.
4. Verbind de ruimtethermostaat met de thermostaat-
contactdoos aan de schakelkast.
5. Stel de gewenste ruimtetemperatuur in aan de ruim-
tethermostaat.
De instelling moet hoger zijn dan de ruimtetempera-
tuur.
6. Sluit het apparaat aan aan een volgens de voor-
schriften geïnstalleerde en beveiligde netcontact-
doos.
Alle kabelverlengingen mogen alleen in uit- resp.
afgerolde toestand gebruikt worden.
7. Controleer of de groene controlelampen voor fases
en regelfase aan de schakelkast branden.
8. Open alle afsluitinrichtingen van de brandstoftoe-
voer.
9. Schakel de bedrijfsschakelaar aan de schakelkast in
stand „I" (= Verwarmen).
10. Houd er rekening mee dat de ventilator-oliebrander
zich bij warmtevraag onmiddellijk inschakelt, de
luchttoevoerventilator echter pas bij het bereiken
van de gewenste temperatuur wordt ingeschakeld.
11. Controleer of de bedrijfslampen voor brander en venti-
lator aan de schakelkast oplichten.
12. Sluit de afsluitdeur.
13. Sluit de deur af om het apparaat te beveiligen tegen
onbevoegde bediening.
Bedrijfsafloop
Het apparaat werkt volautomatisch overeenkomstig de
ingestelde ruimtetemperatuur.
Bij verhoogde aanzuigtemperaturen of weerstand aan
de uitblaasopening van het apparaat kan de brander tij-
dens het verwarmingsbedrijf door de temperatuurbewa-
ker (TB) kortstondig worden uitgeschakeld.
Na het dalen van de temperatuur volgt automatisch een
nieuwe branderstart. Te frequente branderstarts tijdens
het bedrijf van het apparaat moeten vermeden worden.
Bij te hoge temperatuurstijging aan de uitblaasopening
wordt het verwarmingsbedrijf door de VTB permanent
onderbroken!
De maximale luchtaanzuigtemperatuur mag
30 °C niet overschrijden.

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Deze handleiding is ook geschikt voor:

Htl 250-fb

Inhoudsopgave