9 Met display- en bedieningsmodule in bedrijf stellen
Stoorsignaalonderdruk-
king
74
De volgende omstandigheden veroorzaken stoorreflecties en kunnen
de meting beïnvloeden:
•
Hoge sokken
•
Ingebouwde delen in de tank, zoals versterkingen
•
Roerwerken
•
Aanhechtingen of lasnaden aan tankwanden
Een stoorsignaalonderdrukking registreert, markeert en bewaart deze
stoorsignalen, zodat deze voor de niveaumeting worden genegeerd.
Opmerking:
De stoorsignaalonderdrkken moet bij een zo laag mogelijk niveau
worden uitgevoerd, zodat eventueel aanwezige storende reflecties
kunnen worden geregistreerd.
Nieuw aanmaken:
Ga als volgt tewerk:
1. Met [->] het menupunt " Stoorsignaalonderdrukking" kiezen en
met [OK] bevestigen.
2. Tweemaal met [OK] bevestigen en de werkelijke afstand van de
sensor tot het oppervlak van het medium invoeren.
3. Alle in dit bereik aanwezige stoorsignalen worden nu na bevesti-
gen met " OK" door de sensor geregistreerd en opgeslagen.
Opmerking:
Controleer de afstand tot het productoppervlak, omdat bij een ver-
keerde (te grote) opgave het actuele niveau als stoorsignaal wordt op-
geslagen. Zo kan in dit bereik het niveau niet meer worden bepaald.
Wanneer in de sensor al een stoorsignaalonderdrukking is aange-
maakt, dan verschijnt bij de keuze " Stoorsignaalonderdrukking" het
volgende menuvenster:
Alles wissen:
Een al aanwezige stoorsignaalonderdrukking wordt compleet gewist.
→ Dit is nuttig, wanneer de aanwezige stoorsignaalonderdrukking niet
meer bij de meettechnische omstandigheden van de tank past.
Uitbreiden:
Een al aangemaakte stoorsignaalonderdrukking wordt uitgebreid.
Daarbij wordt de afstand tot het mediumoppervlak van de aange-
maakte stoorsignaalonderdrukking weergegeven. Deze waarde kan
nu worden gewijzigd, waarmee de stoorsignaalonderdrukking tot dit
bereik wordt uitgebreid.
VEGAPULS 6X • Tweedraads 4 ... 20 mA/HART