8 Functionele veiligheid (SIL)
Identificatie SIL-instru-
ment
Hulpmiddel voor bedie-
ning en parametrering
Veilige parametrering
Veiligheidsrelevante
parameters
52
De functionele veiligheid (SIL) is een kenmerk van de instrumentcon-
figuratie.
Een SIL-instrument kan als volgt worden geïdentificeerd:
•
SIL-logo op de typeplaat
•
Safety Manual in de leveringsomvang
•
Instrumentconfiguratie (opdrachtbevestiging, instrument zoeken)
8.3
Toepassingsgebied
Het instrument kan voor de niveausignalering of niveaumeting van
vloeistoffen en stortgoederen in veiligheidsinstrumentatie systemen
(SIS) conform IEC 61508 en IEC 61511 worden toegepast. Let op de
specificaties in de Safety Manual.
De volgende uitgang is hiervoor toegestaan:
•
Stroomuitgang (I) - 4 ... 20 mA/HART
Opmerking:
De tweede stroomuitgang (II) voldoet niet aan de eisen van systemen
met veiligheidsinstrumentatie (SIS). Deze is in dit verband alleen voor
informatief gebruik.
8.4
Veiligheidsconcept van de parametrering
Voor het parametreren van de veiligheidsfunctie zijn de volgende
hulpmiddelen in hun telkens actuele versie toegestaan:
•
Bedienings-app
•
Bij het instrument passende DTM in combinatie met een bedie-
ningssoftware conform de FDT/DTM-standaard, bijv. PACTware
Opmerking:
Het wijzigen van voor de veiligheid relevante parameters is alleen bij
actieve verbinding met het instrument mogelijk (onlinemodus).
Om bij de parametrering met niet-veilige bedieningsomgeving
mogelijke fouten te vermijden, wordt een verificatiemethode gebruikt
die het mogelijk maakt parametreerfouten betrouwbaar te ontdekken.
Hiervoor moeten veiligheidsrelevante parameters na het opslaan in
het instrument worden geverifieerd. Bovendien is het instrument ter
beveiliging tegen ongewilde of onbevoegde bediening in de normale
bedrijfstoestand voor elke parameterverandering geblokkeerd.
Bij SIL-toepassingen moeten de parameters tegen ongewenste of
onbevoegde bediening worden beschermd. Daarom wordt het instru-
ment in de SIL-uitvoering in vergrendelde toestand uitgeleverd.
De volgende veiligheidsrelevante parameters moeten na een veran-
dering worden geverifieerd.
•
Mediumtype
•
Toepassing
•
Afstand A (max.-waarde)
•
Afstand B (min.-waarde)
•
Demping
VEGAPULS 6X • Tweedraads 4 ... 20 mA/HART