ACCESS MANAGEMENT SYSTEM gebruiken
In een omgeving waarin ACCESS MANAGEMENT SYSTEM wordt gebruikt, is het mogelijk om te definiëren welke
functies beschikbaar zijn bij elk bevoegdheidsniveau (rol) en om nieuwe rollen aan te maken. Zo hebt u meer controle
op gebruikersbeheer, omdat u kunt opgeven welke functies beschikbaar zijn voor elke individuele gebruiker. U kunt,
bijvoorbeeld, gebruiker A verbieden te kopiëren, terwijl gebruiker B alle functies mag gebruiken. Volg onderstaande
procedure om de functies van ACCESS MANAGEMENT SYSTEM in te schakelen.
<Beheerinstellingen>
<Aan>
●
Als deze instelling is ingesteld op <On>, is <Use User Authentication> in Instellingen/Registratie ook
ingesteld op <On>. Als u <Use User Authentication> wilt instellen op <Off>, stel deze instelling dan eerst in
op <Off>.
●
Als u deze functie instelt op <Aan>, worden de volgende instellingen in Instellingen/Registratie
uitgeschakeld.
- Een pincode instellen voor het adresboek
- Nieuwe bestemmingen beperken
●
Er kunnen vergelijkbare beperkingen worden ingesteld voor rollen die gebruikmaken van het ACCESS
MANAGEMENT SYSTEM. Voor meer informatie raadpleegt u ACCESS MANAGEMENT SYSTEM
Administratorhandleiding.
●
Ook als u deze instelling van <Uit> in <Aan> wijzigt, keren de volgende instellingen in Instellingen/
Registratie niet automatisch terug naar de vorige waarden. Wijzig de instellingen handmatig.
- Een pincode instellen voor het adresboek
- Nieuwe bestemmingen beperken
●
Voor meer informatie over systeemvereisten en hoe rollen moeten worden aangemaakt en bewerkt,
raadpleegt u ACCESS MANAGEMENT SYSTEM Administratorhandleiding.
De machine beheren
<Licentie/Overige>
<OK>
<Toepassen gew. inst.>
<Gebruik ACCESS MANAGEMENT SYSTEM>
<Ja>
736
63UC-0E0