8.9.2
n
n
8.9.3
n
0312269_INNOVO_BENLNL_V4.1, 2019-01-17
8.
Controleer of er geen water uit het drukreduceerventiel van de inlaatcombinatie (2),
of uit het T&P-ventiel (3) stroomt. Als er wel water uit komt:
-
Onderzoek of de watertoevoerdruk hoger is dan de gespecificeerde waarde in
de Technische informatie. Installeer, indien nodig, een drukreduceerventiel (1).
-
Onderzoek of het drukreduceerventiel van de inlaatcombinatie goed is
geïnstalleerd en goed werkt. Vervang, indien nodig, het overstortventiel.
Luchtdrukverschil
Controleer het luchtdrukverschil bij de luchtdrukschakelaar:
1.
Ontkoppel slang H van de luchtdrukschakelaar en sluit deze zijde van de slang aan
op de + van de manometer.
2.
Ontkoppel slang L van de luchtdrukschakelaar en sluit deze zijde van de slang aan
op de - van de manometer.
3.
Schakel de boiler in en zet deze in de OFF-modus, raadpleeg De boiler inschakelen
(zie sectie 4.2).
Opmerking
Controleer of de boiler niet in de ON-modus of in de Externe ON-modus staat.
4.
Zet parameter 201 op FAn, raadpleeg Instellingen (zie sectie 9).
5.
Lees de drukwaarde op de meter af.
6.
Vergelijk de gemeten waarde met de waarde in de tabel.
Opmerking
Wanneer het luchtdrukverschil niet juist is, raadpleeg dan Weergegeven storingen (zie
sectie 11.1.2), storing F03.
7.
Zet parameter 201 op dIS, raadpleeg Instellingen (zie sectie 9).
8.
Druk op [RESET].
De boiler schakelt naar de OFF-modus.
9.
Zet de besturingsschakelaar op de zijkant van de boiler op 0 om de boiler uit te
schakelen.
10.
Ontkoppel de manometer.
11.
Sluit de slangen van de luchtdrukschakelaar en de gasblok weer aan.
Afb. Luchtdrukverschil
L
Gasvoordruk
De voordruk van gas controleren:
1.
Draai de afdichtschroef (4) van de testnippel een paar slagen los.
Opmerking
Draai de afdichtschroef niet helemaal los omdat deze dan weer moeilijk kan worden
vastgedraaid.
H
53