Vloeistofcirculatie
Circulatie door de Reactor
Laat geen vloeistof die een blaasmiddel bevat
circuleren zonder eerst uw materiaalleverancier
te raadplegen over de grenswaarden van de
vloeistoftemperatuur.
Voor het circuleren door de verdeler van het pistool
en het voorverwarmen van de slang, zie blz. 32.
1. Voer de procedure De eerste keer opstarten uit,
pagina 22.
Installeer geen afsluitingen stroomafwaarts van
de DRUKONTLASTING/SPUIT-klepuitlaten (BA, BB).
De kleppen werken als overdrukontlastingskleppen
wanneer ze ingesteld zijn op SPUIT
De leidingen moeten open zijn zodat de kleppen
automatisch druk kunnen ontlasten wanneer het
apparaat werkt.
2. Zie Typische installatie, met circulatie op pagina
11. Stuur de circulatieleidingen terug naar het
respectieve toevoervat van component A of B.
Gebruik slangen die gespecificeerd zijn bij de
maximale werkdruk van deze apparatuur.
Zie Technische gegevens op pagina 38.
3. Zet de DRUKONTLASTING/SPUIT-kleppen (SA, SB)
op DRUKONTLASTING/CIRCULATIE
SA
4. Zet de hoofdschakelaar AAN
3A2020H
5. Stel de streefwaarden van de temperaturen in,
6. Druk op
7. Draai de luchtregelaar naar een lage druk tot de
8. Zet de verwarmingszone
.
9. Zet de DRUKONTLASTING/SPUIT-kleppen (SA, SB)
.
SB
ti8441a
.
zie blz. 23. Zet de verwarmingszones
B
en
aan door op
Zet in geen geval de verwarmingszone
tenzij de slangen reeds gevuld zijn met vloeistof.
om de huidige temperaturen weer te
geven.
doeltemperaturen van
Verhoog de druk zodra de doeltemperaturen zijn
bereikt.
op
.
op SPUIT
.
Vloeistofcirculatie
A
te drukken.
aan
A
B
en
bereikt zijn.
aan door te drukken
SA
SB
ti8442a
31