6 GEBRUIKERSINTERFACE
6.2.7
Afstandsbediening
Hiermee kan de gebruiker bepalen hoe hij de uitvoer van de eenheid regelt, op het beginscherm of op
afstand.
Sluit de afstandsbediening aan op de 8-pins aansluiting voor de afstandsbediening om de
afstandsbedieningsfunctie in te schakelen. De afstandsbediening wordt automatisch gedetecteerd.
Als er geen afstandsbediening is aangesloten, wordt op het display "Geen afstandsbediening
gedetecteerd" weergegeven. Wanneer een afstandsbediening is aangesloten, kan de gebruiker
"Afstandsbediening AAN" of "Afstandsbediening UIT" selecteren.
Het bereik van de afstandsbediening wordt bepaald door de ampèrage-instelling op het hoofddisplay.
De afstandsbediening regelt de ampèrage vanaf het minimum van de stroombron tot de maximale
ampèrage die is ingesteld op het hoofddisplay.
0447 814 001
- 42 -
© ESAB AB 2023