6. Sluit het netsnoer aan.
7. Controleer of:
—
de ventilator meteen begint te werken;
—
het lampje (3) brandt;
—
de ventilator op de andere netvoedingseenheid niet meer met hoge snelheid
draait.
EMU
VOORZICHTIG: Door de EMU te verwijderen veroorzaakt u een aanzienlijke
verandering in de luchtstroom binnen het systeem. Plaats de EMU zo snel mogelijk
terug om te voorkomen dat het systeem oververhit raakt.
BELANGRIJK: Controleer of de vervangende EMU Ultra320-compatibel is.
1. Trek de EMU uit het systeem.
2. Schuif de vervangende EMU in het systeem en druk de EMU stevig aan zodat
deze vastklemt in de backplaneconnector.
3. Controleer of het EMU-lampje continu knippert (niet dubbel knippert): dit wijst
op een normale werking.
I/O-module
VOORZICHTIG: Door de I/O-module te verwijderen veroorzaakt u een aanzienlijke
verandering in de luchtstroom binnen het systeem. Plaats de I/O-module zo snel
mogelijk terug om te voorkomen dat het systeem oververhit raakt.
VOORZICHTIG: Wanneer u overschakelt van een module met één poort op een
module met twee poorten, of vice versa, veranderen de SCSI-ID's van veel van de
schijfeenheden. Ook de apparaatnaam kan veranderen.
HP StorageWorks Modular Smart Array 30 - Gebruikershandleiding
Onderdelen van het systeem vervangen
3-7