8 Als de motor start, laat dan de contactsleutel meteen
terug springen naar de neutrale stand.
9 Schuif de chokebediening geleidelijk naar voren als de
motor is gestart. Laat de motor 3-5 min op laag toerental
"halfgas" lopen voordat hij zwaar belast wordt.
10 Stel het gewenste motortoerental in met de gasbediening.
WAARSCHUWING! Laat de motor nooit
!
binnenshuis lopen, in een gesloten of slecht
geventileerde ruimte. De uitlaatgassen van
de motor bevatten giftig koolmonoxyde.
Starten van een motor met een
zwakke accu
Als de accu te zwak is om de motor te starten, dient deze
opgeladen te worden. Laad de accu 4 uur lang bij max. 3 A.
Wanneer de accu volledig is geladen, sluit u de rode kabel
aan op de positieve pool (+) van de accu en de zwarte kabel
op de negatieve pool (-). Zorg dat de rode (+) kabel achter de
zwarte (-) kabel wordt getrokken.
Bij het gebruik van startkabels voor een noodstart, volgt u
onderstaande procedure:
BELANGRIJKE INFORMATIE Uw grasmaaier
!
is voorzien van een 12-volts systeem met
negatieve aarding. Het andere voertuig moet
ook een 12-volts systeem met negatieve
aarding hebben. Gebruik de accu van de
maaier niet om andere voertuigen te starten.
Aansluiten van startkabels
•
Sluit ieder eind van de rode kabel aan op de POSITIEVE
pool (+) van iedere accu, en let goed op dat u geen einde
tegen het chassis kortsluit.
14 –
Dutch
Rijden
Sluit het ene uiteinde van de zwarte kabel aan op de
NEGATIEVE pool (-) op de accu die vol is.
•
Sluit het andere uiteinde van de zwarte kabel aan op
goede CHASSISAARDING, op ruime afstand van de
brandstoftank en de accu.
Verwijder de kabels in omgekeerde
volgorde.
•
De ZWARTE kabel haalt u eerst los van het chassis en
dan van de volle accu.
•
De RODE kabel haalt u als laatste van beide accu's.
Rijden met de zitmaaier
1 Zet de parkeerrem los door eerst het parkeerrempedaal in
te drukken en daarna op te laten komen.
2 Voor Rider 111B
Druk voorzichtig een van de pedalen in tot de gewenste
snelheid wordt bereikt. Bij het vooruit rijden wordt pedaal
(1) gebruikt en bij achteruit rijden pedaal (2).
2
3 Voor Rider 111B5
Zet de motor in z'n vrij en kies de gewenste versnelling.
- Versnelling 1-4 worden gebruikt bij maaien
- Versnelling 4-5 worden gebruikt bij transport
Er kan altijd gestart worden, onafhankelijk van de versnelling
die is gekozen.
BELANGRIJK! Schakelen tussen de versnellingen vooruit
mag niet gebeuren als de machine in beweging is.
De motor moet bij het schakelen in z'n vrij gezet worden.
Stop de machine voor het schakelen tussen voor- en
achteruitrijversnelling omdat anders schade aan de
versnellingsbak kan ontstaan.
Gebruik nooit geweld om te schakelen. Wanneer een
versnelling niet direct wil, laat dan het koppelingspedaal los
en trap het weer in. Probeer daarna opnieuw te schakelen.
1