Afbeelding 8-10
Bij het bedienen van de machine moet u
altijd de voetknop indrukken, behalve bij de
onderstaande bewerkingen.
• Motor starten
• Stoppen met werken
• De claxon gebruiken
• De werklamp bedienen (indien aanwezig)
• De koplamp bedienen (indien aanwezig)
3–2 Rijden
U verrijdt de machine met behulp van de
regelhendel voor het rijden, de stuurknop, en
de selectieknop voor de rijdsnelheid.
Keuzeknop rijdsnelheid
Stuurknop
Afbeelding 8-11
Voetschakelaar
M082Q220
Regelknop rijden
M083G420
Hoofdstuk 8 - Bediening
WAARSCHUWING
• Wanneer de draaischijf 180°
is gedraaid, rijdt de machine in
tegenovergestelde richting van de
hendelbewegingen, wees daarom extra
alert. Let bij het rijden op de pijlrichting
op de stickers en op het chassis.
• Voordat u gaat rijden, verzekert u zich
ervan dat er zich in de rijrichting geen
persoon of hindernis bevindt.
VOORZICHTIG
• Wanneer u toch een helling moet
afrijden met een groter dan toegestane
hellingshoek, zorg er dan voor dat u de
telescoop volledig intrekt en onder het
horizontale vlak houdt.
• Wanneer u begint te rijden, draai de
hendel dan geleidelijk, zodat u soepel
optrekt. Abrupt stoppen is gevaarlijk.
• Met de regelhendel voor de rijdsnelheid
stelt u de snelheid in.
• Alle personen op het platform moeten
voldoen aan de voorschriften van
werkgever, werkgebied, gemeente,
provincie en land, ten aanzien van
persoonlijke beschermende uitrusting.
Gebruik altijd een veiligheidsharnas
op het platform. Bevestig het
veiligheidskoord aan het goedgekeurde
bevestigingspunt van het platform.
• Verander niet abrupt van richting.
• Voor het rijden heft u de telescoop
zodanig dat hij vrijwel horizontaal staat.
Verzeker u ervan dat u de voorkant kunt
zien en zorg ervoor dat u veilig rijdt.
• Let er bij het rijden op dat er voldoende
afstand is tussen het wegdek en de
onderzijde van het platform, of de
punt van de telescoop. Wanneer er
tengevolge van een oneffen wegdek
niet voldoende afstand is, kan de
onderzijde van het platform of de punt
van de telescoop in contact komen met
het wegdek en beschadigd raken. In
het bijzonder: wanneer een zwaaigiek
is gemonteerd, hef de zwaaigiek dan
helemaal voordat u begint te rijden.
29