6
Gasinstelling
6.1
Omstelmaatregelen
Het toestel is af fabriek ingesteld op aardgas E+.
Een gasinstelling achteraf is niet vereist.
De volgende tabel toont de Wobbe-indexbereiken en de ver-
eiste omstellingsmaatregelen:
Aansluitdruk [mbar]
Wobbe-index
3
W
[MJ/m
]
s
Omstelling
6.1 Gasinstelling
6.2
Aansluitstroomdruk controleren
Gevaar!
a
Levensgevaar door defect bij niet toege-
stane aansluitdruk!
Aardgas:
U mag geen instellingen uitvoeren als de
aansluitdruk minder dan 18 hPa/mbar en
meer dan 33 hPa/mbar bedraagt!
> Stel het toestel buiten bedrijf als de aan-
sluitdruk niet in het toegestane bereik
ligt.
> Informeer de gasmaatschappij.
Bedienings- en installatiehandleiding atmoSTOR 0020148317_00
2e Gasfamilie
Aardgas E+
20
45,66 - 54,76
Fabrieksinstelling
1
2
6.1 Aansluitstroomdruk controleren
> Sluit de gasafsluitkraan.
> Maak de afdichtschroef aan de meetaansluiting (2) voor
de aansluitdruk los.
> Sluit de U-buismanometer aan de meetaansluiting (2)
voor de aansluitdruk aan.
> Open de gasafsluitkraan.
> Neem de atmoSTOR VGH in gebruik.
> Meet de aansluitstroomdruk.
Toegestaan drukbereik:
– 17 tot 25 mbar/hPa bij aardgas
> Draai de bedieningsknop (1) in "uit"-stand.
> Sluit de gasafsluitkraan.
> Sluit de U-buis-manometer aan.
> Draai de afdichtschroef aan de meetaansluiting (2) voor
de aansluitdruk gasdicht in.
> Controleer de dichtheid.
> Neem de atmoSTOR VGH in gebruik.
Gasinstelling
6
15