a De achterste wand van de behuizing moet voor eventuele werkzaamheden de-
monteerbaar zijn.
Voor de plaatsing van het afvoerluchtkanaal moet tussen de wand van de be-
huizing en een aangrenzende muur of kast een minimumafstand van 110 mm
worden aangehouden.
b De uitneembare opvangschaal moet na de inbouw toegankelijk zijn.
Voor het verwijderen, moeten de 2 snelkoppelingen voor en achter worden los-
gemaakt.
c De lengte van het kanaal moet worden aangepast aan de hoogte van de kast.
Standaardlevering 500 mm
Inbouw lengtecompensatie, zie het hoofdstuk "Installatie", paragraaf "Inbouw –
opliggend".
d Ventilator
In de sokkel op de vloer
Installatie
39