4.9
WIELAANDRIJVING
Om de wielaandrijving te kunnen gebruiken moeten de giekdelen op de gieksteun worden geplaatst
(giek omlaag schakelaar ingeschakeld).
4.9.1
INSCHAKELEN RAM VAN WIELAANDRIJVING
1)
De schakelaar op de platformbedieningskast (hoofdstuk 4.5.3 – schakelaar 5) naar Traction
Drive (geheel naar rechts) drukken.
2)
Start de dieselmotor (voor instructies over koude en warme start, zie hoofdstuk 4.5.1)
3)
De schakelaar op de grondbedieningskast (zie hoofdstuk 4.4.3 – schakelaar 2) naar Base
(geheel omlaag) draaien.
4)
De groene krachtschakelaar indrukken en vasthouden (4.4.3 – schakelaar 1) en tegelijkertijd de
wipschakelaar Traction Engage (4.4.3 – schakelaar 6) naar links drukken.
5)
Vervolgens de regelschakelaar (hoofdstuk 4.4.3 – schakelaar 2) naar Platform draaien.
NB: voordat rijden vanaf het platform mogelijk is, moet de handrem zijn losgezet en moet de
functiekeuze op de grondbediening geheel omhoog zijn gezet naar platformbediening. Er kan nu met de
machine vanaf het platform worden gereden.
DE HANDREM NIET LOSZETTEN TOTDAT DE WIELAANDRIJVING IS
INGESCHAKELD EN DE ROLLEN CONTACT MAKEN MET DE BANDEN.
4.9.2
FUNCTIES VOOR WIELAANDRIJVING
1)
Gebruik de Joysticks voor wielaandrijving op het platformbedieningspaneel (hoofdstuk 4.5.3
– stand 3 3) om de wielen te draaien. Elke geheel proportionele joystick bedient een van de
wielen en, wanneer achter elkaar gebruikt, zorgt voor verplaatsing vooruit of achteruit.
2)
Door een of beide joysticks te bewegen tussen neutraal en geheel vooruit/achteruit, wordt de
hydraulische stroming naar de wielmotor gereduceerd met als gevolg een sturend effect. De
bediener kan de machine zo besturen met behulp van slipstuurlogica.
Dutch – 10/06
DE WIELAANDRIJVING IS ALLEEN GESCHIKT VOOR GEBRUIK OP EEN VLAKKE
BODEM. GEBRUIK VAN DE WIELAANDRIJVING OP HELLINGEN STEILER DAN
10% KAN TOT ERNSTIG LETSEL LEIDEN.
Bedienings- en veiligheidsinstructies
TM Serie
37