Figuur 42
1. Omloopkleppen van spuitbomen
13. Schakel de spuitboom in en uit om te controleren
of de druk ongewijzigd blijft.
14. Herhaal stappen 11 tot en met 13 voor de andere
spuitbomen.
15. Laat de machine rijden met de gewenste snelheid
terwijl u spuit, en schakel de spuitbomen een voor
een uit. De druk die de meter aangeeft, mag niet
veranderen.
Pomp
De pomp bevindt zich bij de achterkant van de machine
(Figuur 43).
Figuur 43
1. Pomp
2. Smeernippel
Luchtdruk in demper instellen
De luchtdruk in de demper op de pomp is in de fabriek
ingesteld op 1 bar (15 psi). De aanbevolen druk in
de demper is 1/3 van de spuitdruk. Als de spuitdruk
hoger dan 3,1 bar (45 psi) is, moet u de demper
dienovereenkomstig instellen.
3. Drukdemper
41