Transporthouder van spuitbomen
De spuitmachine heeft een transporthouder voor de
spuitbomen die is voorzien van een unieke beveiliging.
Als de spuitbomen tijdens het transport per ongeluk
in aanraking komen met een laag overhangend object,
kunnen zij uit de transporthouder worden gedrukt. In
dit geval komen de spuitbomen in een bijna horizontale
stand op de achterkant van de machine te rusten.
Aangezien de spuitbomen hierbij geen schade oplopen,
dienen zij onmiddellijk te worden teruggeplaatst in de
transporthouder.
Belangrijk: De spuitbomen kunnen
beschadigd raken als zij niet kruiselings
worden getransporteerd in de transporthouder.
Om de spuitbomen terug te plaatsen in de
transporthouder, moet u deze neerlaten in de spuitstand
en vervolgens weer opheffen in de transportstand. Zorg
ervoor dat de cilinders van de spuitbomen volledig zijn
teruggetrokken om beschadiging van de actuatorstang
te voorkomen.
Spuiten
Belangrijk: Om ervoor te zorgen dat de oplossing
goed gemengd blijft, moet u de mengfunctie
gebruiken als er een oplossing in de tank zit.
Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak.
Als u de machine stopt en wilt gaan mengen, moet
u de schakelhendel in de neutraalstand zetten,
de parkeerrem in werking stellen, de aftakas
inschakelen, de koppeling laten opkomen, en de
gashendel (indien aanwezig) open zetten.
Opmerking: Hierbij moet de aftakas wel ingeschakeld
zijn geweest vanaf het vullen van de spuittank.
1. Laat de spuitbomen neer in positie.
2. Zet de hoofdschakelaar van de spuitbomen op Uit.
Op de Spray Pro-monitor verschijnt de melding
"HOLD".
3. Indien nodig moet u elke spuitboom afzonderlijk
inschakelen.
4. Vervolgens rijdt u naar het perceel waar u moet
spuiten.
5. Draai de Spray Pro keuzeschijf op Gebruiksdosis en
gebruik de schakelaar voor de gebruiksdosis om de
gewenste dosis te krijgen. Dit kunt u als volgt doen:
A. Zet de pomp aan.
B. Zet de schakelhendel in de gewenste stand en
begin te rijden.
C. Controleer of de monitor de correcte
gebruiksdosis toont. Indien nodig gebruikt
u de schakelaar voor de gebruiksdosis om de
gewenste gebruiksdosis te verkrijgen.
D. Keer terug naar het perceel waar u bent
begonnen met spuiten.
6. Zet de hoofdschakelaar van de spuitbomen op Aan
om te beginnen met spuiten.
Opmerking: Als de tank bijna leeg is, kan het
mengen leiden tot schuimvorming in de tank. In
dit geval draait u de mengregelklep op 3 uur om
deze uit te schakelen. Als alternatief kunt u ook een
antischuimmiddel in de tank gebruiken.
7. Als u klaar bent met spuiten, zet u de
hoofdschakelaar UIT om alle spuitbomen uit te
schakelen. Daarna schakelt u de aftakas uit.
Spuittips
• Overlap geen stukken waar u eerder hebt gespoten.
• Controleer of er geen spuitdoppen zijn verstopt.
Vervang versleten of beschadigde spuitdoppen.
• Schakel eerst met de hoofdschakelaar de spuitbomen
uit voordat u de spuitmachine tot stilstand brengt.
Nadat u de machine tot stilstand hebt gebracht,
moet u met de motortoerentalbegrenzer van de
neutraalstand de motor op toeren houden, zodat
het mengen blijft doorgaan.
• U verkrijgt betere resultaten als de spuitmachine in
beweging is wanneer u de spuitbomen inschakelt.
• Let op veranderingen in de gebruiksdosis die
kunnen aangeven dat uw snelheid te hoog is voor
het bereik van de spuitdoppen of dat er problemen
zijn met het spuitsysteem.
De spuitmachine reinigen
Belangrijk: U moet de spuitmachine altijd
onmiddellijk na elk gebruik leeg laten lopen en
reinigen. Indien u dit nalaat, kan dit tot gevolg
hebben dat de chemische stoffen uitdrogen of dik
worden in de leidingen, waardoor de pomp en
andere onderdelen verstopt raken.
1. Breng de spuitmachine tot stilstand, stel de
parkeerrem in werking, zet de schakelhendel in de
neutraalstand en zet de motor af.
2. Gebruik de aftaphendel van de tank om ongebruikt
materiaal uit de tank te laten lopen en af te voeren
volgens de plaatselijk geldende voorschriften en
de instructies van de fabrikant van de chemische
stoffen.
36