Elektrische aansluiting
6
Elektrische aansluiting
6.1
Aansluitvoorwaarden
Het meetinstrument heeft twee bedrijfsmodi:
• Hoogniveausignalering (MAX): bijv. voor overvulbeveiliging
Het instrument houdt de elektrische schakelaar gesloten zolang de sensor nog niet door het
medium wordt bedekt.
Het instrument houdt de elektrische schakelaar gesloten zolang de sensor nog niet door
medium wordt bedekt of de meetwaarde binnen het procesvenster ligt.
• Laagniveausignalering (MIN): bijv. droogloopbeveiliging
Het instrument houdt de elektrische schakelaar gesloten zolang de sensor door medium
wordt bedekt.
Het instrument houdt de elektrische schakelaar gesloten zolang de sensor door medium
wordt bedekt of de meetwaarde buiten het procesvenster ligt.
Keuze van de MAX of MIN bedrijfsmodus waarborgt dat het instrument op een veilige manier
schakelt zelfs in alarmomstandigheden, bijv. wanneer de voeding wordt losgekoppeld. De
elektronische schakelaar opent wanneer het schakelniveau wordt bereikt, indien een storing
optreedt of wanneer de voeding wegvalt (ruststroomprincipe).
6.2
Aansluiten van het meetinstrument
• Voedingsspanning 12 ... 30 V DC
• Conform IEC/EN61010 moet een passende uitschakelaar voor het meetinstrument worden
opgenomen.
• Spanningsbron: veilige contactspanning of Class 2 circuit (Noord Amerika).
• Het instrument moet worden gebruikt met een 500 mA fijnzekering (traag) welke geschikt
is voor DC-stroom conform IEC 60127-2.
• Afhankelijk van de analyse van de schakeluitgangen, werkt het meetinstrument in de MAX-
of MIN-modi.
6.2.1
Bedrijf met IO-Link
Elektrische aansluiting
M12-connector
16
IO-Link met een schakeluitgang
0.5 A
2
1
Q2
3
4
K1
1
Voedingsspanning +
2
DC-PNP (Q2)
3
Voedingsspanning -
4
C/Q1 (IO-Link communicatie of SIO-modus)
L+
C/Q1
L–
Nivector FTI26
IO-Link
SIO
A0034411
Endress+Hauser