Height Rider/SP Series
Bedienings- en veiligheidsinstructies
4.1.7
REGELKLEP VAN DE AANDRIJVING: de aandrijfregelklep bestaat uit verschillende individuele
onderdelen die alle rechtstreeks te maken hebben met de hydraulische toevoer naar aandrijfmotor van
de wielen. De belangrijkste hiervan zijn de regelkleppen van de aandrijving, die de hydrauliektoevoer
van de aandrijfmotor elektrisch omschakelen van seriestroom naar parallelle stroom of omgekeerd.
Deze regelfunctie kan alleen worden gebruikt met de giek in de ruststand. De bediener kan de "Hi" of
"Lo" aandrijving selecteren. "Hi" zorgt voor sneller rijden maar een klein klimvermogen, terwijl "Lo" het
beste klimvermogen biedt, maar resulteert in een lage snelheid. "Lo" aandrijving wordt gebruikt voor het
oprijden van hellingen en nauwkeurige positionering van de machine.
4.1.8
REMLOSKLEP: de aandrijfregelklep bevat tevens een stortklep die met een solenoïde wordt bediend en
die de remwerking van de machine regelt. Deze klep moet worden bekrachtigd om de machine in
beweging te kunnen zetten. Indien geen elektrische spanning aanwezig is kunnen de wielmotoren geen
aandrijfkoppel ontwikkelen, terwijl tegelijkertijd de parkeerremmen ingeschakeld blijven. De remlosklep
werkt alleen wanneer de groene krachtschakelaar ("Power Control") of de voetschakelaar op het
platform wordt ingedrukt. Wanneer het kantelalarm een te grote kanteling constateert met de giek
omhoog, wordt de remlosklep gedeactiveerd om de machine uit te schakelen (tegelijkertijd wordt de
toon van de claxon veranderd naar een ononderbroken toon om deze conditie aan te geven).
4.1.9
GIEKSCHAKELAAR: deze schakelaars bevinden zich op het kniegewricht van de verbindingen en
worden bediend door opheffen van de giekdelen en/of uitschuiven van de telescoopgiek. De
schakelaars beheersen de functie van de kantelalarmsensor en de snelheidsregeling. Wanneer de giek
in de ruststand staat (opgevouwen) is de kantelalarmsensor niet in werking, zodat de machine hellingen
kan oprijden die de toelaatbare werkhoek overschrijden, zonder dat de rijfunctie hierdoor wordt
uitgeschakeld. Op machines die hiermee zijn uitgerust zijn tegelijkertijd "Hi" drive en volgas rijden
mogelijk. Wanneer de giek omhoog wordt gebracht, wordt de kantelalarmsensor geactiveerd en kan de
machine slechts langzaam worden gebruikt en is alleen "Lo" drive toegestaan. Deze regelfuncties zijn
van primair belang voor de veiligheid van de machine en de bediener. Deze functie mag daarom nooit
uitgeschakeld of overbrugd worden. Let op! Op latere modellen bevindt de giekschakelaar zich naast
het kniegewricht en wordt deze via een nok op Giek 3 bediend. Hierdoor kan de bediener de giek
enigszins opheffen, terwijl snel rijden mogelijk blijft. Alle andere functies blijven gelijk.
4.1.10
ACCU-MANAGEMENT: de conditie van de accu's wordt permanent gecontroleerd via het regelcircuit,
zodat wanneer de beschikbare stroom tot 80% van de volle lading is gedaald het accustatus-circuit de
voeding naar de hydrauliekaggregaten "afkapt". Deze functie zorgt ervoor dat de aandrijving beurtelings
wordt gestopt en gestart om de bediener te waarschuwen dat opladen van de accu's nodig is.
Tegelijkertijd treedt de claxon met onderbrekingen in werking om de waarschuwing kracht bij te zetten.
Er is dan nog voldoende lading aanwezig om naar het dichtstbijzijnde laadstation te rijden. Wanneer de
bediener deze waarschuwing negeert zal het "afkappen" van de motor blijven aanhouden totdat de
machine niet meer werkt. Onmiddellijk opladen wordt dan noodzakelijk.
De machine mag nooit met geheel lege accu worden achtergelaten, omdat dit de accu binnen relatief
korte tijd ernstig kan beschadigen.
18
Dutch – 02/08