2
Kantel het envelopgewicht en beweeg het weer terug naar de printer. Het gewicht blijft nu op zijn plaats.
3
Schuif de breedtegeleider helemaal naar rechts.
4
Buig een stapel enveloppen enkele malen om de enveloppen los te maken en maak vervolgens een rechte stapel
op een vlakke ondergrond. Druk de hoeken naar beneden om de enveloppen plat te maken.
Waaier de enveloppen uit. Zo voorkomt u dat de randen van de enveloppen aan elkaar blijven zitten en zorgt u
ervoor dat de enveloppen goed worden ingevoerd.
5
Plaats de stapel enveloppen met de klepzijde naar beneden en met de ruimte voor de postzegel en de klepzijde
aan de linkerkant. De kant van de envelop waar de postzegel moet worden geplakt, moet als eerste in de
enveloppenlader worden ingevoerd.
Schuif de onderste enveloppen iets verder in de enveloppenlader dan de bovenste enveloppen van de stapel.
Waarschuwing:
Gebruik geen enveloppen met postzegels, klemmetjes, drukkers, vensters, bedrukte binnenzijde of
zelfklevende sluitingen. Het gebruik van deze enveloppen kan de printer ernstig beschadigen.
Opmerking: Zorg bij het plaatsen van enveloppen dat de stapel niet hoger is dan de aangegeven maximale
hoogte. Bepaal de juiste hoogte van de stapel die u plaatst aan de hand van het etiket voor de
stapelhoogte. Plaats nooit meer enveloppen dan op het etiket voor de stapelhoogte is aangeven.
Het plaatsen van te veel afdrukmateriaal kan papierstoringen veroorzaken.
Afdrukken
De enveloppenlader vullen
70