Printerstoringen verhelpen
Hoewel op verschillende plaatsen papierstoringen kunnen optreden, is het vrijmaken van de papierbaan relatief eenvoudig,
afhankelijk van het storingsbericht of de storingsberichten op het bedieningspaneel.
Papier kan op vier plaatsen vastlopen: aan de voorkant van de printer, binnenin de printer, aan de achterkant van de printer
en in de scanner. Storingen aan de voorkant van de printer treden op in de invoeropties of in de lade voor dubbelzijdig
afdrukken. Storingen binnen in de printer kunnen zich op twee plaatsen voordoen. Hierbij moet de tonercartridge worden
verwijderd. Storingen kunnen aan de achterkant van de printer of in een van de uitvoeropties optreden. Scannerstoringen
kunnen optreden als papier in de scanner wordt in- of uitgevoerd. Scannerstoringen kunnen worden verholpen door de klep
van de ADF of de klep van de flatbed te openen en het vastgelopen papier te verwijderen.
Opmerking: raadpleeg Informatie over storingsberichten op de cd met documentatie van de printer voor meer
informatie over het verhelpen van papierstoringen. Raadpleeg Scannerstoringen verhelpen voor
meer informatie over het verhelpen van papierstoringen in de scanner.
Scannerstoringen verhelpen
Scannerstoringen 290, 291, 292 en 294
1
Verwijder alle originele documenten uit de ADF.
2
Open de klep van de ADF en verwijder voorzichtig de vastgelopen pagina's.
Als u het vastgelopen papier niet kunt verwijderen, sluit u de klep van de ADF en opent u de klep van de flatbed.
Verwijder voorzichtig het vastgelopen papier.
3
Sluit de klep van de flatbed.
Storingen verhelpen
Printerstoringen verhelpen
105