Bloedglucosemetingen
2
Een bloedglucosemeting uitvoeren met bloed van uw handpalm, onderarm of
bovenarm (meting van bloed afgenomen van alternatieve prikplaatsen (AST))
w WAARSCHUWING
Gebruik geen metingen van bloed afgenomen van alternatieve prikplaatsen (AST) om een systeem voor
continue glucosemonitoring te kalibreren of berekeningen voor insulinedoseringen te maken.
U kunt ook bloedmonsters afnemen op andere plaatsen van het lichaam dan uw vingertop. Alternatieve
prikplaatsen zijn de handpalm, de onderarm en de bovenarm.
Bloed kan op ieder moment van de dag uit de vingertop of de handpalm worden afgenomen voor een
bloedglucosemeting.
Bloed, dat van onderarm of bovenarm is afgenomen, is daarentegen niet op ieder tijdstip geschikt voor
het uitvoeren van een bloedglucosemeting. Dit komt, doordat de bloedglucoseconcentratie in een
vingertop en handpalm sneller verandert dan in de onderarm en de bovenarm. Deze verschillen kunnen er
toe leiden, dat u uw actuele bloedglucosespiegel onjuist interpreteert, hetgeen tot een onjuiste
behandeling en mogelijk ernstige schade aan uw gezondheid zou kunnen leiden.
Lees de volgende rubriek, voordat u probeert metingen met bloed van uw onderarm of bovenarm uit te
voeren.
U mag een meting met bloed
van de onderarm of bovenarm
uitvoeren
U mag een meting met bloed
van de onderarm of bovenarm
NIET uitvoeren
Als u geïnteresseerd bent in AST, moet u dit eerst met uw zorgverlener overleggen.
Voor het verkrijgen van een AST-dopje en gedetailleerde aanwijzingen m.b.t. AST moet u contact opnemen
met Roche.
16
• direct voor een maaltijd.
• nuchter.
• tot 2 uren na een maaltijd, aangezien de bloedglucosewaarden dan
snel toe kunnen nemen.
• na het injecteren van bolusinsuline, aangezien de
bloedglucosewaarden dan snel af kunnen nemen.
• na sport.
• bij ziekte.
• als u vermoedt, dat uw bloedglucosespiegel zeer laag is
(hypoglykemie).
• als u weet, dat u een lage bloedglucosespiegel soms niet herkent.