i) Starten van de quadrocopter
Neem de quadrocopter en daarna de zender van de afstandsbediening in bedrijf, zoals hiervoor beschreven. De leds
op de quadrocopter en zender moeten constant branden.
U beschikt over drie verschillende methoden om de propellers op de quadrocopter te starten.
Methode 1:
Beweeg de linker stuurknuppel (zie ook afbeelding 1, pos.
12) kort volledig naar voren en zet hem vervolgens terug
in de middelste stand. De propellers starten en draaien op
een laag toerental.
Methode 2:
Beweeg de linker stuurknuppel naar de hoek linksonder
en de rechter stuurknuppel (zie ook afbeelding 1, pos. 4)
naar de hoek rechtsonder. Houd beide knuppels in deze
stand vast, totdat de propellers starten en op een laag toe-
rental draaien. Zet de stuurknuppels daarna terug in de
middelste stand.
Methode 3:
Bedien de druktoets voor de start- en landingsfunctie kort (zie afbeelding 1, pos. 9).
Belangrijke informatie:
Om de propellers na het starten weer te stoppen, moet de linker stuurknuppel in de onderste stand worden
gezet en net zo lang worden vastgehouden totdat de propellers stilstaan (zie donkere pijl in afbeelding 14).
Als alternatief kan de linker stuurknuppel weer in de hoek linksonder en de rechtse stuurknuppel in de hoek rechtson-
der worden gezet, totdat de motoren stilstaan. Zet de stuurknuppel onmiddellijk daarna terug in de middelste stand,
omdat de propellers anders opnieuw starten.
In noodgevallen kan ook de druktoets voor de noodstopfunctie van de motor (zie afbeelding 1, pos. 10) worden
gebruikt om de motoren uit te schakelen.
Handmatige start:
Beweeg de linker stuurknuppel met gevoel naar voren, wanneer de propellers op een laag toerental draaien. De
quadrocopter verhoogt de toerentallen van de propellers duidelijk en stijgt op.
U kunt met de rechter stuurknuppel eventueel naar voren, achteren of zijwaarts afdrijven licht corrigeren. Als de ge-
wenste vlieghoogte is bereikt, zet dan de linker stuurknuppel terug in de middelste stand. De quadrocopter gaat over
naar zweefvlucht op gelijkblijvende hoogte.
De vlieghoogte en de vliegrichting kunnen met behulp van de beide stuurknuppels afzonderlijk worden bestuurd.
Automatische start.
Bedien de druktoets voor de start- en landingsfunctie kort (zie afbeelding 1, pos. 9) als de propellers op een laag toe-
rental draaien. Het toerental van de propellers wordt verhoogd en de quadrocopter stijgt snel op. Hij stijgt automatisch
op tot ong. 1,8 m hoogte en gaat vervolgens automatisch over naar zweefvlucht.
De vlieghoogte en de vliegrichting kunnen met behulp van de beide stuurknuppels afzonderlijk worden bestuurd.
De quadrocopter is voorzien van een automatische hoogtestabilisatie. Deze stabilisatie neemt de luchtdruk
als referentie voor de actuele vlieghoogte. Aangezien de meetwaarden bij minimale hoogtewijzigingen
slechts gering wijzigen, kunnen lichte schommelingen in de vlieghoogte niet worden vermeden.
Afbeelding 14
21