Download Print deze pagina

Buderus Logatherm WPLS4.2 RB Installatiehandleiding pagina 8

Binneneenheid voor lucht-water

Advertenties

5
Installatie
Waarborg dat de thermostaatkranen van de radiatoren volledig zijn ge-
opend. Wanneer aan deze voorwaarden binnen een woongedeelte kan
worden voldaan, wordt een temperatuurregelaar voor deze referentie-
ruimte geadviseerd, zodat de gemeten kamertemperatuur in de bereke-
ning van de aanvoertemperatuur kan worden meegenomen. Onder
bepaalde omstandigheden kan de elektrische bijverwarming worden ge-
activeerd, om een volledige ontdooifunctie te waarborgen. Dit is afhan-
kelijk van het beschikbare radiatoroppervlak.
CV-installatie met 1 ongemengd cv-circuit en 1 gemengd cv-circuit
zonder buffervat
Om de warmtepomp- en ontdooifunctie te waarborgen, moet het onge-
mengde cv-circuit minimaal 4 radiatoren met elk minimaal 500 W ver-
mogen bevatten. Waarborg dat de thermostaatkranen van de radiatoren
volledig zijn geopend. Onder bepaalde omstandigheden kan de elektri-
sche bijverwarming worden geactiveerd, om een volledige ontdooifunc-
tie te waarborgen. Dit is afhankelijk van het beschikbare
radiatoroppervlak.
Bijzonderheid
Wanneer beide cv-circuits verschillende bedrijfstijden hebben, moet elk
cv-circuit afzonderlijk de warmtepompfunctie kunnen waarborgen.
Waarborg, dat minimaal 4 radiatorkranen van het ongemengde cv-circuit
volledig zijn geopend en voor het gemengde cv-circuit (vloer) minimaal
²
22 m
vloeroppervlak ter beschikking staat. In dit geval worden in de re-
ferentieruimten van beide cv-circuits temperatuurregelaars geadvi-
seerd, zodat met de gemeten kamertemperatuur bij de berekening van
de aanvoertemperatuur rekening kan worden gehouden. Onder bepaal-
de omstandigheden kan de elektrische bijverwarming worden geacti-
veerd, om een volledige ontdooifunctie te waarborgen. Wanneer beide
cv-circuits identieke bedrijfstijden hebben, heeft het gemengde cv-cir-
cuit geen minimaal oppervlak nodig, omdat met de 4 constant door-
stroomde radiatoren de warmtepompfunctie wordt gewaarborgd. Een
temperatuurregelaar wordt in het bereik van de geopende radiatorkra-
nen geadviseerd, zodat de buiteneenheid de aanvoertemperatuur auto-
matisch aanpast.
Alleen gemengde cv-circuits (geldt ook voor cv-circuit met ventila-
torconvectoren)
Om te waarborgen, dat voldoende energie voor de ontdooiing beschik-
baar is, is een buffervat met minimaal 50L voor de groottes 6.2 en 100L
voor de groottes 13.2 nodig.
Daarvoor is dan een extra cv-pomp nodig.
4.6
Voorbereidende buisaansluitingen
De kogelkraan met de deeltjesfilter wordt in de retour van de cv-installa-
tie horizontaal gemonteerd. Let op de doorstroomrichting van de filter.
De afvoerbuis van het overstortventiel in de binneneenheid moet be-
schermd tegen bevriezing worden gemonteerd, de afvoerbuis moet
zichtbaar eindigend naar een afvoer worden geleid.
4.7
Opstellen
▶ Voer de verpakking af overeenkomstig de instructies daarop vermeld.
▶ Pak de meegeleverde toebehoren uit.
8
5
Installatie
OPMERKING
Schade aan de installatie door resten in de leidingen mogelijk!
Resten en deeltjes in de cv-installatie beïnvloeden het debiet en veroor-
zaken storingen.
▶ Spoel het leidingsysteem grondig door voor het aansluiten van de
binneneenheid, om vreemde deeltjes eruit te verwijderen.
VOORZICHTIG
Gevaar voor lichamelijk letsel!
Tijdens transport en installatie bestaat risico van beknellingsletsel. Tij-
dens het onderhoud kunnen interne onderdelen van het toestel warm
worden.
▶ De monteur is verplicht handschoenen te dragen tijdens transport,
installatie en onderhoud.
De binneneenheid is een onderdeel van een cv-installatie. Storingen aan
de binneneenheid zijn mogelijk door een gebrekkige waterkwaliteit in de
radiatoren of leidingen van de vloerverwarming of door een aanhoudend
hoog zuurstofgehalte in de installatie.
Door zuurstof worden corrosieve producten gevormd in de vorm van
magnetiet en afzettingen.
Magnetiet heeft een slijpende werking, die in pompen, ventielen en be-
standdelen met turbulente stroming tot uiting komt, bijv. in de conden-
sor.
In cv-installaties, die regelmatig moeten worden bijgevuld of waarbij ge-
nomen watermonsters niet helder zijn, moeten passende maatregelen
worden genomen, bijvoorbeeld door aanvulling met vuilafscheiders en
ontluchters.
▶ Waarborg, dat de inwendige buisoppervlakken schoon zijn en vrij van
schadelijke vervuiling, zoals zwavelverbindingen, oxiderende stof-
fen, vreemde objecten en stof.
– Bewaar koelmiddelleidingen niet in de buitenlucht.
– Verwijder de verzegeling van de buisuiteinden pas vlak voor de
aansluiting aan de koudezijde.
– Bij het installeren van de koelmiddelleidingen is absolute zorgvul-
digheid vereist.
– Koelmiddelleidingen alleen met behulp van buissnijders afknip-
pen en deze vervolgens weer vuil- en vochtbestendig sluiten.
Stof, vreemde objecten en vocht in de koelmiddelleidingen kunnen de
oliekwaliteit beïnvloeden of uitval van de compressor veroorzaken.
▶ Herbruikbare restlengten koelmiddelleidingen na het inkorten direct
weer afsluiten.
OPMERKING
Gevaar voor storingen door verontreinigingen in de leidingen!
Vaste stoffen, metaal-/kunststofspanen, hennep- en weefselbandresten
en dergelijke materialen kunnen zich in pompen, ventielen en warmte-
wisselaars afzetten.
▶ Voorkom het binnendringen van vreemde voorwerpen in het buizen-
systeem.
▶ Leidingcomponenten en -verbindingen niet direct op de vloer leggen.
▶ Zorg er bij het ontbramen voor, dat geen spanen in de buis achterblij-
ven.
OPMERKING
Let erop, dat u bij het vervangen van de sensor de juiste sensor met de
bijbehorende eigenschappen (hoofdstuk 11.4) gebruikt. Gebruik van
Logatherm WPLS4...15.2 RB – 6720892240 (2021/05)

Advertenties

loading

Deze handleiding is ook geschikt voor:

Logatherm wpls15.2 rb