Samenvatting van Inhoud voor Riello INSIEME EVOe 32 B/110 LN
Pagina 1
INSIEME EVOe 32 B/110 LN NL AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATEUR EN DE TECHNISCHE KLANTENSERVICE...
Pagina 2
Nogmaals dank en succes met het werk. Riello S.p.A. CONFORMITEIT De verwarmingsketels INSIEME EVOe 32 B/110 LN zijn conform: − Rendementsrichtlijn 92/42/EEG − Richtlijn 2014/30/EU houdende de Elektromagnetische Compatibiliteit − Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EU − Richtlijn Ecologische ontwerpvoorschriften voor energie- gerelateerde producten 2009/125/EG −...
Pagina 4
Dit boekje moet aandachtig worden gelezen zodat de in- stallatie, het gebruik en het onderhoud van het apparaat op De verwarmingsgroep INSIEME EVOe 32 B/110 LN is een warmwa- een correcte en veilige manier gebeurt. De eigenaar moet tergenerator voor het verwarmen van ruimten en de productie naar behoren worden geïnformeerd en opgeleid over het...
Pagina 5
Kenplaat Het bedieningspaneel beheert niet alleen de functies van de Het apparaat kan geïdentificeerd worden aan de hand van: verwarmingsgroep INSIEME EVOe 32 B/110 LN maar maakt het ook mogelijk om elke anomalie te signaleren die de correcte Het typeplaatje werking ervan beïnvloedt, waardoor de verwarmingsgroep in...
Pagina 7
ALGEMEEN BRANDER Pomp Aansluiting manometer Besturings- en controle-apparatuur Fotoweerstand 10 Vlampijp Deblokkeerknop met signalering blokkade Flens met pakking Condensator Stelschroef luchtafsluiter 12 Motor Luchtinlaat 13 Verwarmer Stelschroef pompdruk STOOKOLIEPOMP Aanzuiging Retour Bypass-schroef Aansluiting manometer Drukregelaar Aansluiting vacuümmeter Magneetklep Aanvullende drukaansluiting...
Pagina 8
ALGEMEEN Technische gegevens BESCHRIJVING INSIEME EVOe 32 B/110 LN voor gemengde verwarming met lage temperatuur Type toestel B23-B23P-C63(*) Brandstof Stookolie (light oil) Verbrandingskamer verticaal Max. nominaal warmtedebiet bij verbrandingsruimte m.b.t. BVW (OVW) 36 (33,9) Nuttig warmtevermogen (nominaal) Max. nuttig warmtevermogen (80-60°C)
Pagina 9
ALGEMEEN BESCHRIJVING INSIEME EVOe 32 B/110 LN Elektrische veiligheidsgraad Elektrische voeding 230 V - 50 Hz Opgenomen elektrisch vermogen (max) Opgenomen elektrisch vermogen bij volle belasting Elmax Opgenomen elektrisch vermogen bij gedeeltelijke Elmin belasting Opgenomen elektrisch vermogen in modus Standby...
Pagina 10
ALGEMEEN Circulatiepomp BESCHRIJVING INSIEME EVOe 32 B/110 LN Elektrisch vermogen ≤ 0,20 EEI Part 3 (*) ≤ 23 P L,Avg (**) Min.druk bij inlaat circulatiepomp (*) Index energie-efficiëntie volgens verordeningen 641/2009-622/2012 (**) Jaaraanduiding gemiddeld elektrisch vermogensverbruik volgens verordeningen 641/2009-622/2012 CURVE CIRCULATIEPOMP...
Pagina 11
ALGEMEEN Plaatsing van de sondes INSIEME EVOe 32 B/110 LN Aanvoertemperatuursonde Teruglooptemperatuursonde Veiligheidsthermostaat Drukomvormer Sonde boiler Putje sonde boiler...
Pagina 12
ALGEMEEN 1.10 Bedieningspaneel Bedieningsinterface Deur Signalisatielampjes Display met achtergrondverlichting Toets ENTER/RESET: geeft toegang tot het hoofdmenu en herstelt de werking na een stop vanwege een storing Navigatietoetsen Hoofdschakelaar (geplaatst op de achterwand van het apparaat) Weergave Signalisatielampjes STATUS BESCHRIJVING Ontluchtingscyclus en initialisatie van de thermische eenheid nadat de Groen knipperend stroomvoorziening is hersteld.
Pagina 13
ALGEMEEN Weergave display HEAT °C °F OUTSIDE Weergegeven symbool wanneer de verwarmmodus is ingeschakeld. Knippert wanneer er een verzoek om warmte is Weergegeven symbool wanneer de modus SWW-productie is ingeschakeld. Knippert wanneer er een verzoek om sanitair warm water is Pictogram weergegeven bij het openen van het menu "Installateur”...
Pagina 14
Afmetingen en gewicht Ontvangst van de producten INSIEME EVOe 32 B/110 LN De verwarmingsketel INSIEME EVOe 32 B/110 LN wordt geleverd op een pallet en is omwikkeld met krasvrije kunststof en verpakt in driegolfkarton. Het is belangrijk onmiddellijk te controleren of de ketel onbe- schadigd is en overeenkomt met de bestelling.
Pagina 15
INSTALLATIE Verplaatsen en verwijderen van de Het is verboden het verpakkingsmateriaal in het milieu verpakking achter te laten of binnen het bereik van kinderen, hetgeen een bron van gevaar kan betekenen. Het dient derhalve af- gevoerd te worden in overeenstemming met de geldende Draag persoonlijke veiligheidskleding tijdens het verwijde- voorschriften.
Pagina 16
INSTALLATIE Ga als volgt te werk om het toestel met de hand te verplaatsen: − til de verwarmingsgroep op door twee buizen (3) met een − verwijder de schroeven waarmee hij aan de pallet is be- diameter van 1" door de sleuven (4) aan de achterkant vestigd (1);...
Pagina 17
Installatieplaats Plaatsen in reeds bestaande of te renoveren installatie De verwarmingsgroep INSIEME EVOe 32 B/110 LN moet geïnstal- leerd worden in ruimten met voldoende grote ventilatieope- Wanneer de verwarmingsketel geïnstalleerd wordt op een oude ningen die voldoen aan de technische normen en voorschriften installatie of een installatie die aan vernieuwing toe is, contro- die op de plaats van installatie van kracht zijn.
Pagina 18
Hydraulische aansluitingen Hydraulisch circuit verwarmingsketel De afmetingen en plaats van de hydraulische aansluitingen van de verwarmingsketel INSIEME EVOe 32 B/110 LN staan in de tabel vermeld. Het verdient aanbeveling om alle leidingen van de installatie goed te spoelen alvorens de ketel te installeren, om mogelijke bewerkingsresten te verwijderen.
Pagina 19
INSTALLATIE 2.8 Hydraulisch principeschema 5 (*) Afsluiter Toevoer installatie Terugslagklep Retour installatie Drukverminderingsklep Ingang koud sanitair water Onthardingsfilter Aanleg voor sanitaire recirculatie Circulatiepomp hercirculatie sanitair water Uitgang warm sanitair water Expansievat Circulator thermische eenheid Circulatiepomp niet beheerd door de regelaar van de thermische eenheid Gebruik geen terugslagklep in de hydraulische verbindingen naar het verwarmingssysteem.
Pagina 20
Wanneer de installatie onderdruk heeft moet de retourleiding op dezelfde hoogte arriveren als de aanzuigleiding. Op die ma- Bij de verwarmingsgroep INSIEME EVOe 32 B/110 LN worden twee nier wordt de voetklep overbodig, die onmisbaar is wanneer de slangen geleverd om de brandstof naar de brander te voeren, retourleiding zich op een hoger gelegen punt bevindt dan de die door de installateur moeten worden aangesloten.
Pagina 21
INSTALLATIE 2.9.1 Tweepijpsysteem L (m) H (m) Øi (8mm) Øi (10mm) De tweepijpsvacuümsystemen hebben een negatieve brand- stofdruk (vacuüm) bij de inlaat van de brander. Meestal hebben ze de tank op een lagere hoogte dan de bran- der. De terugloopleiding moet op dezelfde hoogte in de stookolie- tank eindigen als de aanzuigleiding;...
Pagina 22
INSTALLATIE Eenpijpsystemen onder druk Eenpijpsvacuümsystemen VIC: brandstofkraan (indien voorzien) VIC: brandstofkraan (indien voorzien) Voor de elektrische aansluiting, zie de paragraaf "Brandsto- fafsluiter BA (niet meegeleverd)". Voor de elektrische aansluiting, zie de paragraaf "Brandsto- fafsluiter BA (niet meegeleverd)". Als de installatie voorzien is van een brandstofkraan (VIC) in Als de installatie voorzien is van een brandstofkraan (VIC) in het circuit dat de brandstof naar de brander voert, moet het het circuit dat de brandstof naar de brander voert, moet het...
Pagina 23
INSTALLATIE 2.10 Afvoer van de verbrandingsproducten De verwarmingsketel INSIEME EVOe 32 B/110 LN zuigt de ver- brandingslucht uit de plaats van installatie aan via de ventila- Het rookkanaal (1) en de schoorsteen (2) moeten worden aan- tie-openingen, die aan de Technische Normen moeten voldoen.
Pagina 24
Beschrijving INSIEME EVOe 32 B/110 LN 20 (*) (*) Deze lengte wordt verminderd met 1 meter voor elke bocht van 90° en 0,5 meter voor elke bocht van 45°.
Pagina 25
2.11 De installaties vullen en ledigen 2.11.2 Vullen De verwarmingsgroep INSIEME EVOe 32 B/110 LN is uitgerust met Alvorens te beginnen controleren of: een interne toevoerkraan (1), die bereikbaar is door het voorpa- − De aftapkraan van de ketel (3) en de boiler (2) gesloten neel te verwijderen.
Pagina 26
INSTALLATIE 2.11.3 Ledigen Alvorens te beginnen met het ledigen: − Zet de hoofdschakelaar van de installatie op (OFF) en de hoofdschakelaar van het apparaat op (0). − Sluit de afsluitsystemen van de waterinstallatie; − Om de ketel te ledigen, sluit u een rubberen slang (A) (øint = 12 mm) aan op de slangaansluiting van de aftap- kraan van de ketel (1) en opent u deze.
Pagina 27
INSTALLATIE 2.12 Schakelschema Mod. INSIEME EVOe 32 B/110 LN P W M ⏚ L N PE 3 2 1 CNX1 CNX4 CN X9 CN 25 CN X19 CN X8 CN X21 CN X2 1 2 3 4 5 6 7 8 9101112...
Pagina 28
INSTALLATIE 2.13 Elektrische aansluitingen Brandstofafsluiter BA (niet meegeleverd) De verwarmingsketel INSIEME EVOe 32 B/110 LN wordt volledig bedraad geleverd “af fabriek” en hoeft alleen maar aangeslo- ten te worden op het stroomnet, de omgevingsthermostaat en eventuele overige componenten van de installatie.
Pagina 29
INSTALLATIE − sluit de deur en draai het bedieningspaneel naar buiten; − ga, nadat de elektrische aansluiting voltooid is in tegen- gestelde volgorde te werk om alle componenten weer te monteren. Het is verplicht: − Gebruik te maken van een magnetothermische veelpo- lige schakelaar, een lijn- of kabelscheider, conform de voorschriften IEC-EN (afstand tussen de polen minstens 3 mm)
Pagina 30
INSTALLATIE 2.14 Navigatie menu Bij het inschakelen of wanneer er langer dan 4 minuten geen toets wordt ingedrukt, bevindt het display zich in de "basisweergave" -modus en biedt het algemene informatie over de werking van het apparaat. In deze modus hebben de toetsen de volgende functies: N°...
Pagina 31
INSTALLATIE Keuze van een menu Ga naar de "menu" -modus door op de toets "ENTER / RESET" te drukken. De cijfers op het kleine display geven "0000" aan, het eerste toegankelijke menu. In deze modus hebben de toetsen de volgende functies: N°...
Pagina 32
INSTALLATIE 2.16 Navigatieboom Modus “basisweergave” °C Modus Modus “Gebruiker” “Installateur” Invoeren wachtwoord Voorbeeld parameterinstellingen wijziging verandering wijziging geannuleerd...
Pagina 33
INSTALLATIE 2.17 Parameterlijst Toegangsniveau: De programmeerregels kunnen worden verborgen, afhankelijk van het toegangsniveau Gebruiker (Gebruiker, Installateur) en de configuratie van de thermische eenheid. Installateur De parameters van het installateursniveau mogen alleen worden gewijzigd door de Techni- sche Assistentie Legende: OpenTherm SWW Sanitair warm water Omgevingssonde Direct circuit op hoge temperatuur...
Pagina 34
INSTALLATIE Fabrieksinstelling Par. Toe- Menu Beschrijving Bereik INSIEME EVOe 32 gang B/110 LN Aantal dagen tot het volgende onderhoud (indien verstre- 1000 1090 ken verschijnt er een negatieve waarde) Als de waarde < 15, knippert het onderhoudspictogram 1000 1101 Aanvoertemperatuur Directe zone/Zone 1 °C 1000 1102...
Pagina 35
INSTALLATIE Fabrieksinstelling Par. Toe- Menu Beschrijving Bereik INSIEME EVOe 32 gang B/110 LN Programmeerbare uitgang 1 2000 2030 0= Uitgeschakeld 0…1 1= Activeert uitgang relais VIC (brandstofkraan) 2000 2031 Functie niet geïmplementeerd Programmeerbare uitgang 2 0= Uitgeschakeld 1= 3-wegklep met SWW-boiler voor de scheider 2000 2032 0…3...
Pagina 36
INSTALLATIE Fabrieksinstelling Par. Toe- Menu Beschrijving Bereik INSIEME EVOe 32 gang B/110 LN Configuratie gebruikt omgevingsthermostaat (TA) in geval van OpenTherm-verbinding (OT) 0 = Gebruikt alleen de OT-communicatie. Het verzoek om warmte en het setpoint worden uitsluitende via OpenTherm meegedeeld. 1 = Gebruikt TA om het verzoek om warmte te activeren en OT om het setpoint van het verzoek aan de verwarmingske- tel mee te delen (*).
Pagina 37
INSTALLATIE Fabrieksinstelling Par. Toe- Menu Beschrijving Bereik INSIEME EVOe 32 gang B/110 LN 2000 2137 PID I mengklep Zone 1 0...99 Sec. 2000 2138 Tijdsduur werking klep Zone 1 0...255 x 10 Verhoging setpoint Zone 1 Verhoogt de waarde van het setpoint van de verwar- mingszone.
Pagina 38
INSTALLATIE Fabrieksinstelling Par. Toe- Menu Beschrijving Bereik INSIEME EVOe 32 gang B/110 LN Nachtelijke verlaging setpoint Zona 2 in verwarmingsmodus (Par. 2001= 2 of 3) Bepaalt met hoeveel graden het setpoint van de verwar- ming verlaagd moet worden bij het openen van het contact 2000 2233 0...10...
Pagina 39
INSTALLATIE Fabrieksinstelling Par. Toe- Menu Beschrijving Bereik INSIEME EVOe 32 gang B/110 LN Nominale waarde omgevingstemperatuur Zone 3 Door een OpenTherm (OT) ruimtethermostaat aan te sluiten 2000 2332 5...35 °C op het accessoire voor de regeling van de zone, wordt deze parameter niet gebruikt.
Pagina 40
INSTALLATIE Fabrieksinstelling Par. Toe- Menu Beschrijving Bereik INSIEME EVOe 32 gang B/110 LN Tijd waarop afwisselend prioriteit wordt gegeven aan het 2000 2043 sanitaire en verwarmingscircuit wanneer Par. 2042 is inge- 0...120 Min. steld op modus "0" (alleen voor boiler). 2000 2044 Postcirculatietijd circulatiepomp in sanitair.
Pagina 41
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD 3 INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD Firmware-versie van de interface van de thermische eenheid. In het voorbeeld geeft het bericht een firmwareversie aan = 0. Voorbereidingen voor de eerste inbedrijfstelling De eerste inwerkingstelling van de thermische eenheid moet worden uitgevoerd door Technische Klantenservice. Controleer eerst het volgende alvorens in bedrijf te stellen: −...
Pagina 42
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD 3.2.1 Aanpassing van het Nadat de initialisatiefase is voltooid, wordt het display in de verwarmingsinstelpunt modus "basisweergave" geplaatst. In deze modus wordt de belangrijkste informatie over de wer- king van het apparaat weergegeven. De betekenis van de ver- −...
Pagina 43
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD 3.2.4 De sanitaire functie activeren/deactiveren De parameters die deze modus regelen zijn: Par. Nr. Beschrijving − Houd de toetsen "▲" en "▼" tegelijkertijd een paar se- Setpoint Hoofdzone/Zone 1 in verwarmingsmodus conden ingedrukt; Par. 2001 = 0 en 3. −...
Pagina 44
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD De aanvoertemperatuur van de verwarming wordt bepaald door Parameter 2131 (niveau installateur) een variabel setpoint afhankelijk van de buitentemperatuur en Tijdens het middenseizoen wanneer de buitentemperatuur de de omgevingstemperatuur op basis van een klimaatcurve gede- maximale limiet bereikt die is ingesteld in Par. 2122, kan de aan- finieerd door de volgende parameters: voertemperatuur die is berekend in de klimaatcurve verschillen van de temperatuur die geschikt is om aan het verzoek te vol-...
Pagina 45
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD Parameter 2130 (niveau gebruiker) Het apparaat werkt met een variabel setpoint dat gedefinieerd De parallelle omzetting van de klimaatcurve wordt gebruikt wordt door de klimaatcurve (die op dezelfde manier kan wor- om de aanvoertemperatuur voor de gehele buitentempera- den ingesteld zoals beschreven in modus 1) afhankelijk van de tuurschaal homogeen te wijzigen.
Pagina 46
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD Modus 3: continue werking met vast setpoint en nachtverlaging De parameters die deze modus regelen zijn: met ruimtethermostaat (RT) Par. Nr. Beschrijving 2023 Min. setpoint verwarming In deze modus: 2024 Max. setpoint verwarming − Externe sonde niet vereist. −...
Pagina 47
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD 3.2.7 Prioriteit verzoek om warmte Ontluchting (Par. 2090) De functie wordt automatisch geactiveerd bij de eerste ontste- Definitie van de prioriteiten king en elke keer dat de stroomvoorziening wordt hersteld. Parameter 2042 definieert de prioriteit tussen het sanitair warm Wanneer de functie actief is, verschijnt de melding “Air”...
Pagina 48
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD 3.2.9 Uitblijven van ontsteking Meldingen Het bericht "AttE” wordt weergegeven samen met het nummer In het geval van een storing in de ontsteking of de werking, van de waarschuwing. worden een tekstbericht (klein cijfer) en een nummer (groot cij- Het apparaat is niet vergrendeld, maar heeft mogelijk een ver- fer) op het display van de thermische eenheid weergegeven die minderde functionaliteit (afhankelijk van de waarschuwing).
Pagina 49
Na analyse van de verbrandingsproducten deactiveert u de functie (Par. 200 = 0). INSIEME EVOe 32 B/110 LN (*) Regeling pompdruk 14,5 bar (*) Brander met verwarmer stookolie ≥5°...
Pagina 50
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD 3.3.2 Werking en programmering brander BESCHRIJVING WAARDE Standby: De brander wacht op vraag om Normale werking warmte Wachttijd voor signaal in input: reactietijd, ≤ 1 sec de controledoos blijft in de staat van wach- ten voor een tijdsduur t1 VOEDING Wachttijd voor initialisatie: interval controle- tijd dat volgt op het starten van de hoofd-...
Pagina 51
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD Blokkade vanwege uitblijven ontsteking BESCHRIJVING WAARDE Standby: De brander wacht op vraag om warmte Wachttijd voor signaal in input: reactietijd, VOEDING ≤ 1 sec de controledoos blijft in de staat van wach- ten voor een tijdsduur t1 Wachttijd voor initialisatie: interval controle- tijd dat volgt op het starten van de hoofd- 3,5 sec...
Pagina 52
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD Aanduiding van de bedrijfsstatus Ontgrendelknop Seconden Soort Bedrijfsstatus Kleur van de deblokkeerknop knipperen Voorventilatie traag Knippert ORANJE Veiligheidstijd traag Knippert GROEN Normale bedrijfsstand Altijd AAN GROEN Vreemd licht of schijnvlamsignaal traag knippert afwisselend GROEN, ROOD Storing voedingsfrequentie Altijd AAN ORANJE Storing interne spanning...
Pagina 53
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD HOOFDFUNCTIES VAN DE BRANDER NAVENTILATIE Verwarmingsfunctie altijd aan Naventilatie is de functie waarmee luchtventilatie aanhoudt na De brander die uitgerust is met de verwarmingsfunctie die al- uitschakeling van de brander, wanneer er gedurende een vast- tijd aan staat in geval van een warmteverzoek start onmiddellijk gestelde tijd niet om warmte wordt gevraagd.
Pagina 54
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD Blokkendiagram voor toegang tot het menu STATUS BRANDER WERKING (MET VLAM) EN STANDBY SOORT INTERMITTERENDE LAATSTE OPGESLAGEN UITSCHAKELTEST NAVENTILATIE FUNCTIE WERKING BLOK LOSLAATTIJD 20 SEC. 25 SEC. 5 SEC. 10 SEC. KNOP AANTAL KEER 2 ROOD 1 GROEN 3 GROEN 4 GROEN KNIPPEREN...
Pagina 55
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD INTERMITTERENDE WERKING UITSCHAKELTEST Inschakel-/uitschakelsequentie: Wanneer er tijdens de werking meer dan 5 seconden en minder − programmering toegestaan in modus WERKING en in dan 10 seconden op de ontgrendelknop wordt gedrukt (zodat STANDBY; het volgende menu niet geopend wordt) gaat de brander uit, −...
Pagina 56
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD VREEMD LICHT OF SCHIJNVLAM CONTROLE VENTILATORMOTOR De aanwezigheid van de parasietvlam of vreemd licht kan gede- De controle-apparatuur detecteert de ventilatormotor automa- tisch; wanneer hij defect is zorgt de apparatuur voor blokkade. tecteerd worden in de status van stand-by wanneer de brander De blokkade wordt gemeld met knipperen van de led (zie para- niet in werking is, en wacht op een verzoek om warmte.
Pagina 57
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD 3.4.2 Tijdelijke fouten CONTROLE EEPROM De controle-apparatuur neemt automatisch een fout waar in Mel- Nummer fout Beschrijving het Eeprom-geheugen van de microcontroller en voert blokka- ding de uit. De blokkade wordt gemeld met knipperen van de led (zie Onvoldoende druk primair circuit paragraaf “Storingsdiagnose - blokkades”...
Pagina 58
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD Tijdelijke uitschakeling of uitschakeling voor Ga als volgt te werk alvorens onderhouds- en reinigingswerk- korte periodes zaamheden te verrichten: − zet de hoofdschakelaar van de installatie op (OFF) en de hoofdschakelaar van het apparaat op (0); Ga bij tijdelijke uitschakeling of uitschakeling voor korte perio- des (bijvoorbeeld voor vakantie) als volgt verder: −...
Pagina 59
− neem de brander (3) weg en voorkom schade; Ga voor hermontage in tegengestelde volgorde te werk. VERVANGING SPUITMOND INSIEME EVOe 32 B/110 LN (*) Type spuitmond 0.60 80°HF Fluidics (*) Brander met verwarmer stookolie Met verwijderd mondstuk: −...
Pagina 60
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD POSITIONERING VAN DE ELEKTRODEN REINIGING VAN DE VENTILATOR De positionering van de ontstekingselektroden (A) is van funda- Controleer of er zich in de ventilator en op de rotorbladen menteel belang voor het verkrijgen van een betrouwbare ont- geen stofresten hebben vastgezet, want hierdoor neemt de steking van de vlam.
Pagina 61
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD 3.8.2 Reiniging warmtewisselaar − demonteer de brander; − verwijder het paneel aan de bovenkant (3); Voor eenvoudige toegang tot de interne componenten: − verwijder de isolatieafdekking (4); − verwijder de bevestigingsschroef (2) en het voorpaneel − verwijder de schroeven (5) en schuif de sluiting van de (1);...
Pagina 62
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD 3.8.3 Controle en vervanging boileranode − verwijder de turbulators (7), controleer ze op slijtage en kijk of de vleugeltjes opengaan (vervang de turbulators indien nodig); Om de verbruiksstatus van de magnesiumanode te controleren: − maak gebruik van een ragerborstel (8) of een ander hier- −...
Pagina 63
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD Extra onderhoud − reinig de interne oppervlakken en verwijder resten door de opening; − controleer de verbruiksstatus van de magnesiumanode 3.9.1 Reiniging van de boiler (4) (vervang deze indien nodig); − controleer de integriteit van de pakking (5). Buitengewoon onderhoud moet worden uitgevoerd indien no- dig in geval van onbevredigende prestaties van de boiler of in de aanwezigheid van bijzonder hard sanitair water.
Pagina 64
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD 3.11 Mogelijke storingen en oplossingen STORING OORZAAK OPLOSSING − Controleer de schone staat van het branderhuis − Controleer de staat van de rookgasaf- voer Geur van onverbrande producten Verlies van rookgassen in de omgeving − Controleer de hermetische dichtheid van de generator −...
Pagina 65
RECYCLING EN AFVOER STORINGEN/OPLOSSINGEN Storingen Storingsdiagnose Mogelijke oorzaak Oplossingen Controleer op spanning in L, N en in de stekker Controleer de staat van Geen elektrische voeding de zekeringen Controleer of de veiligheidsthermostaat niet geblokkeerd is De brander start niet bij vraag om warmte De vlamdetector neemt Verhelp de oorzaak van...
Pagina 68
RIELLO S.p.A. Via Ing. Pilade Riello, 7 37045 - Legnago (VR) www.riello.com Aangezien het Bedrijf zich voortdurend inzet voor het optimaliseren van de volledige productie, zijn de esthetische en dimensionele ken- merken, de technische gegevens, uitrustingen en accessoires aan verandering onderhevig.