Download Print deze pagina

Riello INSIEME EVOe 32 V LN Aanwijzingen Voor Installatie En Aansluiten pagina 43

Advertenties

De aanvoertemperatuur van de verwarming wordt bepaald door
een variabel setpoint afhankelijk van de buitentemperatuur en
de omgevingstemperatuur op basis van een klimaatcurve gede-
finieerd door de volgende parameters:
Par.
Beschrijving
Nr.
2023
Min. setpoint verwarming
2024
Max. setpoint verwarming
Setpoint verwarming Directe zone/Zone 1 bij minimale
buitentemperatuur
2119
Het bereik van deze parameter wordt beperkt door de
minimale setpointwaarden (Par. 2023) en maximale
(Par. 2024).
Minimale buitentemperatuur Directe zone/Zone 1
Bepaalt de minimale buitentemperatuur waarbij het
2120
setpoint maximale verwarming wordt geassocieerd
van Par. 2119
Setpoint verwarming Directe zone/Zone 1 bij maxima-
le buitentemperatuur (Par. 2122)
2121
Stel het setpoint minimale verwarming in wanneer
de buitentemperatuur gelijk is aan de waarde inge-
steld in parameter 2122 (basis buitentemperatuur)
Maximale buitentemperatuur Directe zone/Zone 1
Stelt de buitentemperatuur in waarop het setpoint
2122
van de ketel moet worden verlaagd op basis van de
waarde die is gedefinieerd in de parameter 2121
Omschakeling zomer/winter Directe zone/Zone 1
2125
Blokkeert het verwarmingsverzoek wanneer de bui-
tentemperatuur hoger is dan dit setpoint
Parallelle verplaatsing van de klimaatcurve Directe
2130
zone/Zone 1
Compensatie van buitentemperatuur mild klimaat
2131
Directe zone/Zone 1
Nominale waarde omgevingstemperatuur Directe
zone/Zone 1
Door een OpenTherm (OT) ruimtethermostaat aan te
2132
sluiten op de thermische eenheid of op het accessoi-
re voor de regeling van de zone, wordt deze parame-
ter niet gebruikt
Compensatiefactor buitentemperatuur Directe zone/
2134
Zone 1
Parameter 2125 (niveau installateur)
Tijdens het middenseizoen kan het gebeuren dat de externe
dagtemperatuur in bepaalde dagen de limiet overschrijdt die is
geconfigureerd in parameter 2125 (omschakeling zomer/winter),
in dit geval wordt het warmteverzoek bij verwarming onder-
broken, zelfs als de omgevingstemperatuur het ingestelde set-
point nog niet heeft bereikt. Het is mogelijk om de waarde te
verhogen in Par. 2125 om te vermijden dat het verzoek wordt
geblokkeerd.
Toevoertemp.
(°C)
Par. 2024
Par. 2119
Par. 2121
Par. 2023
Par. 2120
Tset max (°C)
Tset min (°C)
Par. 2122
Par. 2125
Buitentemp. (°C)
Parameter 2131 (niveau installateur)
Tijdens het middenseizoen wanneer de buitentemperatuur de
maximale limiet bereikt die is ingesteld in Par. 2122, kan de aan-
voertemperatuur die is berekend in de klimaatcurve verschillen
van de temperatuur die geschikt is om aan het verzoek te vol-
doen. Deze parameter voert een niet-lineaire correctie van de
klimaatcurve uit om dit verschil te compenseren.
Toevoertemp.
(°C)
Par. 2024
Par. 2119
Par. 2121
Par. 2023
Par. 2120
Parameter 2132 (niveau installateur)
Nominale waarde omgevingstemperatuur Hoofdzone/Zone 1.
Deze parameter bepaalt de gewenste omgevingstemperatuur
waarmee de regelaar het setpoint van de aanvoer van de ver-
warming berekent. Een hogere of lagere gewenste omgevings-
temperatuur verplaatst de karakteristieke verwarmingscurve
omhoog of omlaag op een as van 45 °.
Als in verwarmingsmodus 1 (Par. 2001 = 1) een OpenTherm-ruim-
tethermostaat (OT) is aangesloten op de thermische eenheid
of op het accessoire voor de regeling van de zone, wordt deze
parameter niet gebruikt omdat de OT-ruimtethermostaat het
setpoint rechtstreeks aan de regelaar van de omgevingstempe-
ratuur levert.
Toevoertemp.
(°C)
92°C
82°C
72°C
-20°C (*)
Par. 2120
(*)
Fabrieksinstelling
43
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD
Tset max (°C)
Par. 2131
Tset min (°C)
Par. 2122
Par. 2125
Buitentemp. (°C)
Par. 2132 = 25°C
Par. 2132 = 20°C (*)
Par. 2132 = 15°C
0°C
20°C (*)
Buitentemp. (°C)
Par. 2122
Par. 2125

Advertenties

loading

Deze handleiding is ook geschikt voor:

20130415